dinsdag 19 mei 2026

Hij weeft zijn web. Of zij?

Over spinnen, weven en verhalen vertellen


Als het over spinnen gaat, moet ik eigenlijk schrijven ‘zij weeft haar web’, want de meeste spinnen die in de natuur levend de herfst halen zijn vrouwen. Meneer worden namelijk door mevrouw opgegeten na de vrijage. In de spinnenwereld gaat de liefde van de vrouw dus letterlijk door de maag, en niet andersom.


In de West-Afrikaanse (en Surinaamse) cultuur is de spin Anansi een man. Hij heet Kwaku Anansi, een man geboren op woensdag, en in het Twi, de taal van de Akan-volken, betekent het woord Anansi letterlijk ‘spin’.


Anansi daalt af aan zijn spindraad


In de verschrikkelijke wereld van vandaag, geteisterd door machtswellust, ongelijkheid, onderdrukking, oorlog en genocide, is het soms goed om terug te keren naar een ontspannen thema en je te verbazen over de parallellen die bestaan tussen culturen. Vorige week heb ik weer een lezing mogen gegeven over de rol van de spin Anansi in de Afrikaanse, Surinaamse en Caribische volksverhalen, die zo’n belangrijke rol spelen in mijn boek met dezelfde titel.


Ovidius en Arachne


Waar het spinnen betreft, vond ik een parallel tussen de Afrikaanse en de Grieks-Romeinse mythologie. Zo bezocht ik onlangs de expositie over Ovidius’ Metamorphosen in het Rijksmuseum in Amsterdam, tezamen met andere leden van de leeskring Latijn, waar ik al jaren aan deelneem onder de bezielende leiding van onze docent. 

 

Ovidius (bron: Wikipedia)

 

Publius Ovidius Naso was een Romeinse dichter ten tijde van Augustus, die in zijn uitgebreide werk een groot aantal verhalen uit de Griekse en Romeinse mythologie beschreef waarin raadselachtige transformaties van mensen in dieren, planten en voorwerpen plaatsvinden. Vaak zit er in zijn verhalen een moraal verborgen over de gevolgen van overmoed (hubris) of andere menselijke misstappen. Indirect neemt Ovidius, ondanks zijn eigen flamboyante levensstijl, ook de verdorven Romeinse elite op de korrel. Tot aan de keizerlijke familie toe, wat uiteindelijk zou resulteren in zijn verbanning naar een afgelegen oord aan de Zwarte Zee. Ook in die tijd stoorde de gewone man zich al aan de uitspattingen van de superrijken…

 

Minerva verandert Arachne in een spin. 

bron: Wikipedia


Een van de verhalen in de Metamorphosen beschrijft de overmoed van de weefster Arachne, een jonge vrouw die de euvele moed heeft om de godin Minerva (Athene in het Griekse godenrijk) uit te dagen tot een wedstrijd. Ook Minerva kan goed weven, maar achter het weefgetouw delft zij het onderspit tegen het werk van Arachne, en het weefsel van Arachne vertelt een verhaal dat Minerva bespot. Minerva wordt razend, slaat Arachne driemaal met haar weefspoel op het hoofd en spreekt een vloek over haar uit, waardoor ze verandert in een spin, die gedoemd is tot in lengte van dagen een web te weven. Alle spinnen zijn nu lid van de entomologische familie Arachnida. 


Ik vermoed dat het verhaal van Arachne, net als andere verhalen uit de Grieks-Romeinse mythologie, een oeroud volksverhaal is waarvan de oorsprong veel verder teruggaat dan de geschreven geschiedenis. De spinklos schijnt 7000 jaar en het weefgetouw 5000 jaar geleden te zijn uitgevonden, maar in Georgië is gekleurd vlasdraad van 34.000 jaar oud gevonden, dat misschien al gebruikt werd om mee te weven of breien. En ongetwijfeld werden in de prehistorie al volop verhalen verteld bij een kookvuurtje, of tijdens het spinnen en weven.


Anansi


Dat is zeker het geval bij Anansi, een lagere godheid in de Akan-mythologie, de zoon van Asaase (moeder Aarde), die volgens de legende aan zijn spindraad afdaalt naar de aarde als boodschapper van de goden. Asaase is mogelijk verwant aan de Egyptische godin Isis, die evenals zij de belichaming van de levenscyclus is en de beschermster van de overledenen. Isis werd van oorsprong vereerd in Egypte en Nubië, en de Akan zijn waarschijnlijk vanuit het Nijldal naar West-Afrika gemigreerd.

 

Anansi, weergegeven door een Ashanti-masker (foto: auteur)


Anansi is in de Afrikaanse cultuur niet alleen een godheid, maar ook een verhalenverteller, de boodschapper die je niet altijd kunt vertrouwen omdat hij je ook leugens vertelt. Hij weeft met zijn spindraad soms een web van leugens, waar je niet meer doorheen kunt kijken. In het Engels bestaat niet voor niets de uitdrukking ‘spinning someone a tale’, ofwel iemand iets op de mouw spelden. En ‘spin doctors’ zijn professionele leugenaars in dienst van politici. Aan de andere kant is er ook het gezegde ‘spinning a yarn’, ofwel een lang en fantastisch verhaal vertellen, dat niet noodzakelijk een leugen is.


Zeg het met doeken


Er zijn meer verbanden tussen vertellingen, spinnen en weven. Ons woord ‘textiel’ heeft dezelfde oorsprong als het woord ‘tekst’ (het Latijnse woord textilis, ‘geweven’). In Afrika bestaat nog steeds een rijke verteltraditie, die met de eeuwenlange slavenhandel ook naar Amerika en het Caribisch gebied is gereisd. Op de plantages, waar de kolonisten de waardigheid en de cultuur van de uit Afrika geroofde mensen onderdrukten, ging de verteltraditie ‘ondergronds’ en kreeg daarmee de rol van stil verzet. 

 

Kente, doek gemaakt in Ghana (foto: auteur)


Niet alleen de verhalen, maar ook de traditionele weefsels in Afrika hebben een betekenis. Zo hebben de kleurrijke patronen in de Kente van de Akan-volken zeggingskracht. Kente wordt geweven in lange smalle stroken, die aan elkaar worden genaaid tot een kleed. Elk patroon in Kente heeft een betekenis.


De traditie om met textiel iets te zeggen is ook elders aanwezig, bijvoorbeeld bij de Marrons in Suriname, waar een vrouw bij haar huwelijk van haar echtgenoot een rol blanco katoen krijgt, waarop zij vervolgens figuren en patronen borduurt die ook weer een betekenis hebben. En ook de angisa, de traditionele hoofdbedekking van een Surinaamse vrouw, vertelt een verhaal. Met kleuren en manier van vouwen kan zij zonder woorden zeggen hoe haar stemming is, of ze vrolijk is, of ze in de rouw is, en ook of ze een man afwijst of niet. Deze geheimtaal is vermoedelijk ontstaan tijdens de slavernij, toen het de mensen verboden was om zich uit te spreken.


Zo zien we dat tekst en textiel ook hier weer samenkomen: beide kunnen zeggingskracht hebben.

 

Geborduurde doek uit Suriname (foto: auteur)

 

maandag 4 mei 2026

Herdenken en verbinden

Vandaag, 4 mei 2026, is weer de nationale dodenherdenking. 

Ik heb niet zelf de oorlog meegemaakt, maar ben opgegroeid met de verhalen erover.


Vele Nederlanders herdenken vandaag de moordpartij op zes miljoen Europese Joden. Ik las vandaag nog iets over iemand, die geschreven had over de ‘ontruiming’ van het Joodse verpleeghuis in het Apeldoornse Bos in 1943. Mijn moeder werd als jong meisje van zestien door het Nazi-gespuis gedwongen om toe te kijken, hoe de gehandicapte patiënten achterin de vrachtauto’s werden gegooid. Dat beeld spookte op hoge leeftijd nog door haar hoofd. Maar de nationale herdenking is niet alleen voor Joodse slachtoffers, ook al lijkt het soms zo te zijn. 

 

Westerbork

 

Herdenken op je eigen wijze


Iedereen herdenkt op zijn eigen wijze, of misschien ook niet. Zoals ik zes jaar geleden schreef: ik herdenk vooral de vermoorde verzetsvrienden van mijn vader en zijn Joodse buren met jonge kinderen, die ‘s avonds laat uit hun huis in Amsterdam werden gehaald. Mijn vader heeft dat nog beschreven in zijn memoires, hij heeft Miriam, het jongste buurmeisje van zes jaar, nog helpen dragen op weg naar wat het ‘verzamelpunt’ heette.


En ik denk aan de talloze zeevarenden die een vaarplicht hadden en slachtoffer werden van Duitse aanvallen op de geallieerde konvooien. Soms had hun schip een verouderd kanon op het achterdek, bemand met een paar militairen, maar dat hielp niet tegen een torpedo van een U-Boot in de machinekamer. We zien soortgelijke risico’s tegenwoordig in de Straat van Hormuz, waar ik als jongmaatje ettelijke keren doorheen heb mogen varen.

 

 

koopvaardijschip in 1943

Helaas wordt de herdenking steeds meer gepolitiseerd, terwijl die eigenlijk een moment van verbinding zou moeten zijn, niet van polarisatie. Zo was er in afgelopen jaren de rel over de deelname van toenmalig Kamervoorzitter Bosma, een vertegenwoordiger van antidemocratisch gedachtegoed. Ik weet niet wat ik daarvan moet zeggen, ook al stuitte mij de formele deelname van die man tegen de borst. 


Israel, Palestina en verzoening


Ik ben sterk gekant tegen het geweld en de oorlogszucht van de staat Israel en vind dat de Nederlandse politiek nog steeds niets concreets doet om het Israëlische regime onder druk te zetten. Het onderwerp is zo gepolariseerd dat er geen objectief gesprek meer over mogelijk is. En bedenk dat vele Joodse Nederlanders familie hebben in Israel en het niet eerlijk is om hen op de man of vrouw af te vragen wat hun standpunt is over dat land. Ze zullen het zelf al lastig genoeg vinden. 

 

Vanochtend heeft helaas iemand het nationaal monument op de Dam beklad met rode verf. Als je zegt ‘nooit meer is nu’, doelend op de Israëlische genocide op de Palestijnen, bedoel je dat we moeten leren van het verleden. Maar een protest hoort niet thuis op een herdenkingsplaats: dat zal alleen de standpunten verharden. De weg naar ‘nooit meer’ is niet via verdere polarisatie door in protest een monument te bekladden, maar loopt via verzoening. De stap naar vrede en verzoening is de moeilijkste die strijdende partijen kunnen doen, maar de enige die leidt tot een duurzaam resultaat. Helaas zijn we in Palestina nog ver daarvandaan: het besef moet indalen dat daarvoor politieke druk nodig is.

 


 

Een goed voorbeeld hoe dat werkt is de wijze waarop het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime aan zijn eind kwam. Er kwam na jarenlange sancties tegen het land een regime change en een waarheids- en verzoeningscommissie met hoorzittingen, waarin getracht werd de wandaden en het trauma uit het verleden te benoemen en te komen tot een vorm van vergiffenis. Naledi Pandor, voormalig minister van Internationale Betrekkingen van Zuid-Afrika, gaf daarover een indrukwekkend betoog tijdens de Dries van Agt-lezing op 2 februari 2026. Hetzelfde zou moeten gebeuren tussen Israel en Palestina, maar dat lukt alleen onder druk van sancties. Helaas blijven die nog steeds uit.


Een uitspraak van mijn vader, een verzetsman uit Amsterdam die sabotage pleegde, inlichtingen over de bezetter verzamelde en uiteindelijk moest onderduiken, was dat hij geen moeite meer zou hebben met een bakker of kruidenier met een NSB-verleden. Met één restrictie: als ze maar geen publieke functie zouden krijgen. 


Dat is ook een vorm van acceptatie en heling. Tenslotte moet je altijd verder, ook met mensen wier mening of verleden je niet bevalt. 


Ik wens u een vreedzame en rustige herdenking toe.