donderdag 22 januari 2026

Quo usque tandem

Parallellen met het oude Rome

Ik ben voor het leven getekend door het Latijn, Oudgrieks en de klassieke geschiedenis die ik op school heb geleerd. Je kunt het een bevoorrechte opleiding noemen, en ik moet mijn ouders dankbaar zijn dat ze me daarheen hebben gestuurd. Hoewel ik niet naar de universiteit ben gegaan maar naar zee, heeft het mij mijn gevoel voor talen gestimuleerd en een brede horizon gegeven, inclusief een onverzadigbare interesse in geschiedenis.

Ik ben niet de eerste die de parallellen ziet tussen Donald Trump en een grillige Romeinse keizer. Zoek op internet naar die naamcombinatie en je vindt talloze verwijzingen, zoals deze. Ik had een verhandeling voorbereid over Trump en de Romeinse keizers Caligula en Nero, maar eerlijk gezegd ben ik zo klaar met zijn hatelijke gezicht in de media, dat ik er misschien maar beter mee kan stoppen.



 https://claridadpuertorico.com/caligula-trump-y-el-premio-nobel/


Laat me daarom iets schrijven over het oude Rome, een paar parallellen aangeven en u uw eigen conclusies laten trekken.


De Romeinse Republiek en een verloren verkiezing


Rome werd gesticht rond 753 v.Chr. en bestond aanvankelijk uit een paar nederzettingen rond de Palatijnse heuvel en het omliggende landbouwgebied in een regio genaamd Latium. De eerste 250 jaar was het een koninkrijk, een periode waarin de fundamenten werden gelegd voor de latere republiek en de nederzetting zich ontwikkelde tot een grote stad. De laatste koning van Rome was Tarquinius Superbus, die als een tiran regeerde. Volgens het Wikipedia-artikel staat Tarquinius' bewind bekend om zijn gebruik van geweld en intimidatie om de bevolking onder de duim te houden, en zijn minachting voor de Romeinse traditie en de Senaat. In de hedendaagse context klinkt het u misschien bekend in de oren.


Nadat Tarquinius was afgezet, namen de Senaat en haar gekozen leiders, de consuls, de macht over. Het is onmogelijk om in een paar regels de complexiteit van de Romeinse Republiek, de klassenmaatschappij die Rome was en het ingewikkelde politieke systeem te beschrijven. De Republiek was in feite een gekozen oligarchie, waar machtige families de belangrijkste posities bekleedden. Ze verkeerde in een permanente staat van oorlog met haar buren op het Italiaanse schiereiland en met alle andere landen rond de Middellandse Zee. De politiek binnen de republiek had gewelddadige trekken: invloedrijke politici schroomden niet om met behulp van gewapende bendes hun tegenstanders uit te schakelen of het volk te manipuleren.


Het verhaal van Rome aan het einde van de Republiek is op bewonderenswaardige wijze beschreven door Colleen McCullough, die de periode van Gaius Marius (ook al zo’n schurk) tot aan keizer Augustus diepgaand heeft bestudeerd.


Catilina en de verkiezing van 63 v.Chr.


Tijdens de laatste jaren van de republiek probeerde een senator genaamd Lucius Sergius Catilina de consuls en de senaat omver te werpen. Een van de gekozen consuls, Marcus Tullius Cicero, een beroemd redenaar, confronteerde hem in de senaat. Het Wikipedia-artikel over Catilina zegt het volgende (vertaald):


De eerste toespraak werd gehouden in de senaat, waar Cicero een senator, Catilina, beschuldigde van het leiden van een complot om de republiek omver te werpen; als reactie daarop trok Catilina zich terug uit de stad en sloot zich aan bij een opstand in Etrurië. De volgende twee toespraken werden voor het volk gehouden, waarin Cicero zijn acties rechtvaardigde en verder nieuws over de samenzwering vertelde...


Cicero beschuldigt Catilina in 63 v.Chr.

Cesare Maccari from Instagram, via Wikipedia



Het draaide allemaal om een ​​verkiezingskwestie - in 63 v.Chr. had Catilina zich met een populistisch programma kandidaat gesteld als consul, maar was verslagen door Cicero, waarop hij de uitslag niet erkende (niets nieuws onder de zon!). Volgens de overlevering probeerde hij het jaar daarop de Republiek omver te werpen. Hij werd gedood tijdens een gewapende confrontatie in januari 62 v.Chr. (merk op dat de jaartallen v.Chr. achterstevoren lopen).


De naam Catilina werd synoniem met verraderlijke rebellie. Gaius Sallustius Crispus beschrijft Catilina in zijn werk over de samenzwering (Bellum Catilinae) als een voorbeeld van het morele verval van de Republiek, niet alleen als dader, maar ook als slachtoffer van intriges, waarmee hij wellicht eerder het systeem dan de persoon zelf de schuld geeft.


Quo usque tandem


Jaren geleden, toen een van mijn zoons een klassieke opleiding had afgerond die vergelijkbaar was met de mijne, organiseerde de school een excursie naar Rome voor geïnteresseerde ouders. Enkele leraren begeleidden ons en gaven ons een fantastische, diepgaande uitleg over het oude Rome. Het meest hilarische moment was toen een van hen, met de groep verzameld in de Curia, het gerestaureerde Senaatsgebouw op het Forum, Marcus Tullius Cicero imiteerde en de eerste regel van zijn rede tegen Catilina brulde:


“Quo usque tandem, Catilina, abuteris patientia nostra?”





Het galmde door het hele gebouw, maar de bewakers moeten van tevoren gewaarschuwd zijn, want we werden niet gearresteerd. Hier volgen de volledige openingsregels van de rede tegen Catilina van Cicero uit 63 v.Chr.:


Quo usque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?

Quam diu etiam furor iste tuus nos eludet?

Quem ad finem sese effrenata iactabit audacia?


Hoe lang nog, Catilina, zul je ons geduld misbruiken?

Hoe lang zal die waanzin van jou ons nog blijven bespotten?

Wanneer komt er een einde aan die ongebreidelde arrogantie?


Waanzinnige keizers


Het Romeinse keizerrijk begon feitelijk met de geadopteerde zoon van dictator Gaius Julius Caesar, een man genaamd Gaius Octavius, ook bekend als Augustus, die de machtsstrijd won na de moord op Caesar in 44 v.Chr. en de Juliaans-Claudische dynastie van Romeinse keizers stichtte.


Een heel leesbaar verhaal over de Romeinse keizers is het boek I, Claudius van Robert Graves, en het tweede deel Claudius the God


De keizers die Augustus in de eerste eeuw na Christus opvolgden (Tiberius, Caligula, Claudius en Nero) leden aan de waanzin die eigen is aan absolute macht. Caligula had the motto oderint dum metuant - ze haten mij omdat ze mij vrezen. Nou, zo ken ik er nog wel een paar. 

 

Caligula

source: https://en.wikipedia.org/wiki/Ny_Carlsberg_Glyptotek


 

Van hem wordt gezegd dat hij zijn paard Incitatus tot consul benoemde, omdat hij de macht daartoe had, en daarmee tevens de Senaat en het ambt van consul als nutteloze instellingen bespotte. DOGE avant la lettre? En Nero was na de dood van zijn moeder Agrippina, die hem nog een beetje aan de ketting had gehouden, vatbaar voor buitensporige vleierij. Een eeuw eerder probeerde Catilina een verkiezing terug te draaien door middel van een opstand. Gooi Tarquinius, Catilina en de waanzinnige keizers allemaal bij elkaar, en je krijgt... precies, Donald Trump!


Ik weet niet wat Trump drijft en ik denk dat ik het ook niet wil weten. In één jaar tijd bombardeerde hij acht landen op drie continenten, gooide hij zijn net uit naar Venezuela, Groenland en Mauritius en wie zich tegen hem verzet, chanteert hij met importheffingen. Zijn laatste bedenksels zijn Noorwegen de schuld te geven dat ze hem de Nobelprijs voor de Vrede niet hebben toegekend (waar Noorwegen geen enkele invloed op heeft), en de EU te laten lijden omdat ze Groenland niet willen afgestaan. Ira principis mors est - de toorn van de koning betekent de dood. Niet letterlijk, hoop ik.


Quo usque tandem, Donald, abuteris patientia nostra?


Sallustius lijkt te impliceren dat Catilina niet alleen als dader moet worden gezien, maar ook als exponent van het systeem. Dat geldt evenzeer voor de Verenigde Staten. Kijkend naar het rommelige kiesstelsel en de bijna Romeinse gevoeligheid ervan voor geld en power play, is het niet verbazingwekkend dat er driemaal op rij presidenten zijn verkozen met twijfelachtige capaciteiten: eenmaal Trump, waarover ik al genoeg heb gezegd, eenmaal Joe Biden, die door zijn hoge leeftijd niet meer op zijn best was, en nu weer Trump.


Eén jaar voorbij, nog drie te gaan in deze perfecte storm, hopend dat hij ons niet allemaal te gronde richt. En de man in de coulissen die we in de gaten moeten houden, is J.D.Vance.




woensdag 24 december 2025

Kerstnacht op zee

Is er nog hoop? Vorige week zat ik bij een kerstconcert met een koor en een koperensemble. De muziek was prachtig, maar ik kon er niet echt van genieten met het beeld voor ogen van de kindertjes in Gaza. Is er nog hoop voor hen, hongerig en koud in lekkende tenten, met dank aan een bezetter die nog steeds aan de lopende band oorlogsmisdaden pleegt? Het ‘bestand’ is een dode letter. Is er nog hoop voor Oekraïne, waar een andere schurkenstaat de bevolking terroriseert door in de winterkou de energievoorziening te bombarderen, of voor de mensen in Soedan en Oost-Congo, wie de wereld de rug heeft toegekeerd?

Overstroomde tenten in Gaza, december 2025. Bron: CNN

Geen vrede op aarde dus. Evenals vorig jaar had ik de grootste moeite om iets te schrijven vol hoop. Totdat ik mij een kustreis op zee herinnerde, midden in de winter in de Duitse Bocht, vijftig jaar geleden. Met een klein stukje fictie erbij werd het toch nog een kerstverhaal.

De ster

Het is vijf uur, Kerstavond 1975 in de Kaiser-Wilhelm-Hafen in Hamburg. Het laden is gedaan, de walkranen zijn verlaten en staan als stille schildwachten op een rij langs de donkere kade. Hier en daar is een schijnwerper aan langs de pakhuizen. Het vriest, er zit sneeuw in de lucht en de wind zit in het noordwesten, kracht zeven of acht met geniepige vlagen die je tot op het bot verkillen. Ik ben nog maar een uur aan dek, maar mijn tenen voel ik al niet meer.

Ik ga de ruimen langs terwijl de bootsman met twee man bezig is de luiken dicht te trekken. De zware stalen pontons kantelen dreunend over het luikhoofd en rollen op hun plaats, alle met kettingen aan hun voorganger bevestigd. Anderen zijn bezig de laadbomen te strijken. 

Tegen alle verwachting in zullen we in Bremerhaven met Kerstmis binnen liggen. Een vrije dag voor de hele bemanning. Ik verkneukel me al bij het vooruitzicht van het feestmaal morgenavond. Maar het stukje buitenom varen van de Elbe naar de Weser voorspelt weinig goeds, er zal bij deze wind buitengaats deining staan, net waar die de razende eb vanuit de Elbe ontmoet en korter en hoger wordt. De bootsman heeft de lading in de ruimen al gestut.


De loods is besteld voor zeven uur. Ik ga snel eten voordat ik de brug vaarklaar moet maken, trek over mijn coltrui de battledress weer aan, op de schouders de smalle gouden krul van een vierde stuurman, de laagste in rang aan boord. Het is inmiddels zes uur, ik ga naar boven, controleer de navigatielichten, de luchthoorn in de voormast en de kompassen, ik zet de radar aan en leg de havenkaart klaar voorin het stuurhuis. Ik bel naar beneden om de machinetelegraaf te testen. De wijzer volgt wat ik op de telegraaf aanvraag, alles in orde. 

De ouwe komt boven en bestudeert de kaarten, dan de eerste stuurman. De ouwe kijkt mij aan. ‘Ampat, haal jij de loods af bij de valreep? Hij is onderweg.’ Ampat is Maleis voor Vierde, de gebruikelijke aanspreektitel voor de vierde stuurman bij een rederij die zijn wortels heeft in de vaart op Indonesië.

‘Jazeker, kapitein.’ Ik loop naar beneden en wacht, mijn voeten stampend tegen de kou. Een taxi verschijnt op de kade, een man in burger met een aktetas en een Duitse schipperspet stapt uit en komt de valreep op.

Guten Abend, Herr Lotse.

Guten Abend, Steuermann. Zeigen Sie mir den Weg, bitte.

Twee man halen de valreep omhoog, wij gaan de trappen op naar het brugdek. Intussen klinkt binnen de roep ‘voor-en-achter, voor-en-achter.’ De derde stuurman komt naar beneden rennen, portofoon in de hand. Bovengekomen zie ik op het inktzwarte water de lichtjes van de sleepboten die waren besteld. De derde en zijn meerploeg spoeden zich naar voren, de tweede naar achter.

De eerste stuurman geeft door de portofoon opdracht om ‘op te korten’ - alle extra trossen worden weggehaald totdat we voor en achter alleen op een tros en een spring liggen. De sleepboten maken vast. De wind drukt ons tegen de wal, de koude tocht kruipt mijn broekspijpen in terwijl ik op mijn plek sta bij de telegraaf.

Vorne und hinten los,’ zegt de loods op de brugvleugel tegen de eerste stuurman. Hij praat tegen de sleepboten door zijn portofoon, die zetten voorzichtig de sleeptrossen stijf terwijl de bemanning de laatste trossen en springen weghaalt. De sleepboten trekken ons van de wal, langzaam wijken de donkere havenkranen terug.

Maschine stand-by bitte,’ zegt de loods.

Stand-by,’ antwoord ik, zet de telegraaf op standby. De machinekamer antwoordt.

Langsam voraus.

Langsam voraus.’ Ik zet de telegraaf in de juiste stand, hoor door de open deur vanuit de schoorsteen het knallen van de perslucht waarmee de machine wordt gestart. Ik kijk naar de slagenteller boven het middelste raam, die draait gehoorzaam naar rechts op vijfenveertig omwentelingen. We kruipen naar voren.

Een kwartier later zijn we op de rivier, de sleepboten zijn los, het is hoogwater en zo direct loopt de eb. Het is acht uur, de ouwe kijkt mij aan. ‘Ampat, ga jij maar pitten. Je moet om middernacht op, samen met de Tweede.’

Ik wens iedereen goede wacht en zoek mijn hut op. Slapen lukt mij nooit, zo vroeg op de avond, maar na een uurtje woelen ben ik toch onder zeil… 

…De telefoon gaat, indringend en niet te negeren. Ik klauter verdwaasd in het pikdonker uit mijn kooi. De telefoon gaat weer, ik doe een lampje aan. 

‘Vierde stuurman.’

Het is de ouwe. ‘Ampat, het is kwart voor twaalf. Kom je naar boven?’

‘Aye aye, kapitein.’ Even het toilet opzoeken, tandenpoetsen, in de kleren en naar boven. De deur van de hut blijft open, zoals altijd op zee.

In de kaartenkamer laat ik even mijn ogen wennen aan het donker. Er is alleen een rood lichtje aan boven de kaartentafel. De koffie in de kan stinkt, die staat al uren op te warmen en lijkt nu op vloeibaar asfalt. Brrr. Ik doe de deur naar het stuurhuis open. Het is aardedonker, de lichtjes van de slagenteller en het stuurkompas zijn gedimd. Vaag kan ik schimmen ontwaren van de mensen op de brug. Het schip stampt een beetje, er komt al deining van zee. Het is stervenskoud.

‘Vrolijk Kerstfeest, ampat.’

‘Vrolijk Kerstfeest, kapitein.’

‘We zijn dwars van Neuwerk. De loods gaat zo van boord, we hebben al vaart geminderd,’ zegt de derde stuurman tegen mij. ‘De loodsboot wacht stuurboord vooruit, de loodsladder hangt klaar. Breng jij hem zo direct weg? Nog tien minuten.’

Een kwartier later liggen we gestopt na het afzetten van de Elbeloods. De loods voor de Weser klimt aan boord, ik geef hem een hand bij het overstappen over de reling. Het is middernacht geweest, de kerstnacht is begonnen.

Frohe Weihnachten, Steuermann.’

Frohe Weihnachten, Herr Lotse.’

De ouwe nodigt hem uit voor koffie in zijn hut, dus het komende uur hebben de Tweede en ik het rijk alleen. We varen weer, draaien naar bakboord in de richting van de uiterton van de Alte Weser en beginnen dwars op de deining ongenadig te slingeren. Alles rammelt en kraakt, de zeekaart glijdt van het tafeltje in het stuurhuis. Het is ijzig, ver weg op zee zit volgens de radar een sneeuwbui. 

Ik kijk naar bakboord, op zoek naar de vuurtoren van Neuwerk voor een zichtpeiling. Dan breekt opeens het wolkendek open in het zuidoosten. 



Laag boven de horizon priemt een felle ster onder de wolken door: Sirius, de helderste ster aan het firmament. Alsof het van hogerhand verordonneerd is, blijft hij minutenlang zichtbaar, zo helder dat ik de weerschijn zie, een brede baan van licht op de golven. Wat nu nog ontbreekt is de zingende engelen.

De wacht gaat verder, de Tweede heeft een blik snert en een pannetje geregeld bij de hofmeester. De soep gaat in de pan en we verwarmen hem op het kookplaatje in de kaartenkamer. Drie mokken en lepels komen tevoorschijn. Pedro, de Spaanse uitkijk, komt even binnen. 

Feliz Navidad, Pedro.’

‘Feliz Navidad, Mr Mate.’

Gezamenlijk eten we warme erwtensoep en roggebrood met spek. ‘Snert met drijfijs,’ zeg ik, een marineterm van mijn vader, in een poging een geintje te maken. Niemand lacht, maar de snert smaakt prima. Langzaam ontdooien we.

We wijken uit voor een coaster, rollend als een varken op de deining. Na een halfuurtje komen de kapitein en de loods naar boven. De ouwe snuift de geur van de snert op. ‘Hmm,’ zegt hij, ‘ik zou ook wel soep lusten.’ Gelukkig is er nog een tweede blik in de kast in de kaartenkamer. Ik haal extra bestek uit de salon op het sloependek. Beneden lijkt het slingeren wel sterker, ik zie het televisietoestel balanceren op de rand van een kast in de salon en til het omlaag, zodat het er niet af kiepert. Teruggekomen op de brug maak ik soep voor de ouwe en de loods.

vuurtoren Alte Weser

Het is twee uur in de ochtend als we de vuurtoren Alte Weser passeren, op weg naar Bremerhaven. De zeegang is afgenomen, over een paar uur zullen we afmeren, bij uitzondering op een feestdag in de haven.

In Bremerhaven blijkt alsnog lading in het tussendek van ruim 5 omgevallen te zijn. 

——

Dit is een verhaal over de zeevaart van een halve eeuw geleden. Maar misschien is het herkenbaar voor wie nu op zee zit. Mocht u dit lezen, ten anker of onderweg, dan wens ik u een behouden vaart en een prettige kerst.

donderdag 13 november 2025

Intelligentie, of het einde ervan

Mijn nieuwste boek HET BETWISTE LAND nadert langzaamaan zijn voltooiing. Het manuscript is al geredigeerd en momenteel ben ik bezig met de laatste aanvullingen en met het vertalen naar het Engels. De vertaling gaat CONTESTED LAND heten, en ik ben ongeveer halverwege in het manuscript. Het gaat langzaam, maar gestaag - feitelijk schrijf ik het boek opnieuw in een andere taal. 

Laatst sprak ik een collega-auteur, die zich afvroeg of ik de vertaling niet beter met kunstmatige intelligentie kon doen. Dat is een interessante vraag. Hoe verhoudt een menselijke auteur en vertaler zich tot AI?

Het motorschip Oostkerk, hier te zien in Dubai
met een klassiek Arabisch scheepje,
speelt een rol in HET BETWISTE LAND


Intelligentie

Te oordelen naar de veelheid van definities, is intelligentie is een lastig te omschrijven begrip. Zoals het vermogen om doelgericht te handelen en rationeel te denken. Of het vermogen om verbanden te kunnen leggen, patronen te herkennen en kennis te kunnen verwerven en toepassen. Ook is er emotionele intelligentie: zelfkennis, optimisme, empathie, sociale vaardigheid. En standvastigheid, waarover later meer.

Het kunnen leggen van verbanden en logisch en consistent redeneren helpt je als auteur om je boek vorm te geven, om onderzoek te doen naar de achtergronden en dat te vertalen in een concreet resultaat. Maar minstens zo belangrijk is emotionele intelligentie, die je laat nadenken hoe je verhaal gelezen zal worden.

HET BETWISTE LAND grijpt terug op het conflict in het Midden-Oosten tijdens de jaren ‘70 en is geïnspireerd door de afschuw die ik voelde bij de genadeloze uitroeiing van de inwoners van Gaza door het Israëlische leger. Ongeacht de aanleiding daartoe (de terreuraanval van Hamas in oktober 2023), NIETS rechtvaardigt de buitensporige Israëlische respons en de inmiddels bijna 70.000 doden, om maar niet te spreken van de vele gewonden in lichaam en geest. 

De geweldspatronen van nu waren ook een halve eeuw geleden al zichtbaar - ik herinner mij de slachtingen aangericht in de jaren ‘70 en ‘80. Denk aan Sabra en Shatila, waar Israël medeplichtig aan was. Maar Israël is een stap verder gegaan door kunstmatige intelligentie te laten bepalen wie moet worden gebombardeerd, zonder menselijke tussenkomst, wat bijdraagt aan het hoge dodental. Als dat de oorlog van de toekomst is, betekent dat het einde van menselijke intelligentie. 

Als oorlog dat niet al was.

Standvastigheid en emotionele intelligentie

In HET BETWISTE LAND treden gewone mensen op zoals u en ik, die proberen de verschrikkingen van armoede en geweld te doorstaan in een Palestijns kamp in Libanon. Het was niet altijd gemakkelijk om door te dringen in de gedachtenwereld van de Palestijnse bevolking, noch die van de Palestijnse diaspora. Zelfs nu, terwijl het boek al bijna is afgerond, leer ik nog dingen die van belang zijn.

Zo was ik laatst bij een culturele bijeenkomst, waarin jonge auteurs uit Gaza een boek met korte verhalen presenteerden met de titel ‘We Are Not Numbers’. Ook uit hun verhalen heb ik iets geleerd dat van belang is voor mijn boek, zoals de standvastigheid van de Palestijnen, hun vastbeslotenheid om de rug recht houden bij onderdrukking. Een vorm van - alweer - emotionele intelligentie. Palestijnen noemen dat sumud, geweldloos (of misschien wel intelligent) verzet.



In een artikel over Sumud op Wikipedia vond ik iets over vormen van verzet tegen onderdrukking. Ik zie verrassende overeenkomsten tussen sumud en het verzet tegen de Duitse bezetter in Nederland tussen 1940 en 1945: overleven en volhouden, maar ook ondermijning en sabotage als vorm van verzet. Zo kenden we ondergrondse organisaties die informatie verzamelden over de bezetter, een ondergrondse pers en georganiseerde hulp aan onderduikers. 

Verzet is niet beperkt tot Palestijnen, maar het is kenmerkend voor alle volken die lijden onder onderdrukking. Zoals ook bijvoorbeeld de Marrons in Suriname, die in verzet kwamen tegen de koloniale onderdrukkers.

Gewapend verzet (dat we ook in Nederland kenden, b.v. de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam) gaat een stap verder. De grens tussen gewapend verzet en terreur is smal, waardoor de twee vaak (of opzettelijk) worden verward. Niet alle gewapend verzet is terreur. Er is in dat verband door The Rights Forum een interessant artikel gepubliceerd over de legitimiteit van gewapend verzet door Palestijnen, waarin exact is uitgelegd wat volgens het oorlogsrecht wel en niet mag.

Terug naar intelligentie

Eerder stelde ik de vraag, hoe een menselijke auteur en vertaler zich tot kunstmatige intelligentie verhoudt. Ik zal een voorbeeld geven. Laatst vroeg ik iemand om een tekst van commentaar te voorzien. Het antwoord was opvallend helder en relevant. Toen ik vroeg of de commentator daar misschien ervaring mee had, was het antwoord dat het commentaar was gegenereerd met ChatGPT!

Wat zegt dat over het redigeren van tekst met AI? Dat het nuttig was, is van geen belang: elk commentaar dat mij doet nadenken is relevant. Maar wie vooral iets van deze opdracht heeft geleerd, is die digitale veelvraat ergens in de VS, niet de commentator.

Stel dat ik mijn boeken door ChatGPT in het Engels laat vertalen? Dan heb ik zelf geen zeggenschap over het resultaat, behalve als ik er nog eens handmatig doorheen ga. Maar ook worden mijn tekst, mijn plot en mijn stijlvormen, kortom mijn complete auteursrecht, schaamteloos gestolen door het vertaalplatform. En het laatste argument is dat mijn kennis van het Engels niet meer wordt gevoed. Stilstand is achteruitgang.

Gechargeerd: als we AI gaan gebruiken als vervanging voor onze menselijke intelligentie, betekent dat te langen leste het einde daarvan. 

We zullen niets meer leren, en alleen het monster voeden.

Bewerkt 19 november

zaterdag 4 oktober 2025

Boekverbrandingen

De laatste mailing over boeken uit de collectie van een bevriende uitgever was getiteld ‘Boeken met een boodschap’. Boeken met een maatschappelijke boodschap in een woelige wereld.

Aan het slot van de mail stond iets over het foute signaal dat uitgaat van het verbieden van boeken. In de Verenigde Staten gaat het inmiddels om tienduizenden boeken die niet meer mogen worden verkocht door ‘anti-woke’ censuur van de regering-Trump. Alles wat wringt met het nieuwe ultra-conservatieve gedachtegoed gaat in de ban: klimaat, black lives matter, buitenlanders, LHBTI+.


Het neemt inmiddels bespottelijke vormen aan: zelfs de naam van de bommenwerper die de atoombom op Hiroshima gooide (Enola Gay) moest worden geschrapt uit de geschiedenis omdat het woord gay erin voorkomt… 


Enola Gay, de B29 die de bom op Hiroshima liet vallen
(bron: Wikipedia)

Entartete Kunst


Ik hoop echt dat we hier niet dezelfde kant op gaan. Zulke ontwikkelingen doen helaas denken aan een duistere periode in de Duitse geschiedenis, waarbij boeken van Joodse auteurs in het openbaar werden verbrand, en moderne kunst werd afgeschilderd als Entartete Kunst. Ontaarde kunst voor wie geen Duits verstaat. Zoals het eerste slachtoffer van een oorlog de waarheid is, is het eerste slachtoffer van een totalitair regime het vrije woord en vrije expressie. 


Als je toenemende censuur gaat koppelen aan Artificiële Intelligentie (AI), waarbij niet een auteur van vlees en bloed, maar AI boeken gaat schrijven volgens het stramien dat de machthebber het best uitkomt, is het hek helemaal van de dam. Enige tijd geleden schreef ik over Big Brother, de dictator in Nineteen Eighty-Four van George Orwell. Daar werden boeken, het nieuws, ja zelfs de geschiedenis continu herschreven volgens de op dat moment voorgeschreven waan van de dag. 


Niet alleen de vrije expressie is in gevaar, ook wat wij wel of niet mogen denken. Desnoods wordt de nieuwe politieke correctheid afgedwongen met knokploegen. De nazi-bruinhemden die in 1938 Joodse winkels aan puin sloegen en boeken verbrandden, het Amerikaanse leger dat in 2025 wordt klaargestoomd om de ‘binnenlandse vijand’ van Trump te verslaan, en in ons kikkerlandje het rotzooien met NSB-vlaggen bij AZC’s. Eigen volk eerst. Ga lekker door, jongens.


Boeken met een boodschap


Ook mijn thrillers bevatten een maatschappelijke boodschap. Ze gaan over mensen die in de knel komen en zich weten te ontworstelen aan de verschrikkingen die ze meemaken. Zoals de Syrische arts Leila Hammadi, die tijdens de burgeroorlog vlucht voor het Assad-regime en na jaren van tegenslag in Griekenland een nieuw leven weet op te bouwen. En de Russische Irina Makarova, die slachtoffer is van vrouwenhandel en in Nederland te maken krijgt met een harteloze overheid, maar desondanks haar hoofd overeind houdt. En de jonge Afrikaanse vrouw Efua, die drie eeuwen geleden ten tijde van de slavenhandel van de WIC de verhalen van Anansi meeneemt op het slavenschip, en haar vrijheid zoekt in het binnenland van Suriname.


Een deel van deze verhalen speelt zich af op zee, omdat de zee onze laatste wildernis is, en omdat ik de zee goed ken, als oud-zeevarende en als zeezeiler. Op zee ben je aangewezen op jezelf, wat een extra element van spanning toevoegt aan het verhaal. Sommige recensenten mopperen wat over de zeevaartachtergrond, maar van mijn lezers heb ik geen klachten. Over smaak valt niet te twisten, zullen we maar zeggen...


Tot slot is er ook een rode draad in elk boek, de ontluikende relatie tussen twee mensen, vaak uit heel verschillende culturen, die elkaar tegen alle verwachting vinden en niet meer willen loslaten. Tenslotte is ons bloed altijd rood, waar we ook vandaan komen, en liefde is onze sterkste emotie. Ik hoop dan ook van ganser harte dat de liefde het gaat winnen van de haat die sommigen lijkt te verteren.


Mijn boeken (klik op de omslagfoto’s voor extra informatie):



 
 
 
 
 

  
 
 IN VOORBEREIDING: