Wie zich een mening wil vormen over een beladen onderwerp als Palestina, moet zijn huiswerk
doen. Ik ben geen historicus, maar bij het schrijven van Het Betwiste Land, dat zich grotendeels afspeelt
in het Midden-Oosten van 50 jaar geleden en teruggrijpt op de tijd waarin ik vaak in die regio ben geweest, heb ik mij verdiept in de
achtergronden van het eindeloze geweld dat zich daar afspeelt.
Om te begrijpen wat daar gaande is, moest ik 150 jaar terug in de tijd
naar het begin van de joodse immigratie in Palestina, die aan de basis ligt van
alle problemen. Die kwestie draait vooral om geopolitiek, maar wordt eindeloos
vertroebeld en op de spits gedreven door ideologie en onwaarheden. Zo is ons
decennialang aangepraat dat Palestijnen terroristen zijn en Israeliërs slachtoffers. Daar valt nogal wat op af te dingen.
Tel Aviv weet ons feilloos te bespelen met schuldgevoelens over de
Holocaust en door elke kritiek schaamteloos weg te zetten als antisemitisme. Zo
wordt het openbare debat continu gegijzeld door Israëlische propaganda (ook
wel hasbara, te vertalen als ‘uitleg’…), waarvoor een budget is gereserveerd van
honderden miljoenen. Ik beschouw dat als een rode vlag: kennelijk heeft Israel vaak iets uit te leggen.
Maar laten we eerst kijken naar geopolitiek. Ik zal proberen een paar
onderwerpen kort te bespreken aan de hand van de door mij geraadpleegde
bronnen.
Geopolitiek
De 19e eeuw was een tijd van imperialisme en kolonialisme. Het geopolitieke
‘landschap’ van toen is in grote mate bepalend geweest voor de chaos waarin het
Midden-Oosten nog steeds verkeert. Zou er ooit een staat Israel zijn geweest
zonder de olie in de Perzische Golf en het Suezkanaal vlakbij in Egypte? Ik
vraag het mij af.
 |
Jebel at-Tair, een vulkanisch eiland vlakbij Bab-el-Mandeb, 1976 |
Buitenlandse mogendheden (eerst de Fransen, de Britten en de Duitsers, later de
Verenigde Staten en Rusland, nu ook China en India) loeren al meer dan honderd jaar als
aasgieren op de rijke olievoorraden in de Golfregio en de zeggenschap over scheepvaartroutes: het Suezkanaal, de Straat van Hormuz en
Straat Bab-el-Mandeb, de ‘Poort der Tranen’. Een toepasselijke naam: tranen
genoeg in dat geplaagde gebied. Ik ben er herhaaldelijk geweest, op weg naar de Golf en zelfs
in Aden, toen het nog een Russisch bolwerk was.
Het Suezkanaal en de Bagdadspoorweg
Het Suezkanaal was van origine een Frans project, waarvoor Saïd Pasha, de
Egyptische khedive (onderkoning van het
Ottomaanse rijk) werd benaderd door de Franse oud-diplomaat Ferdinand de Lesseps, die goede contacten had met de Ottomaanse machthebbers in Egypte. De
Britten wilden er aanvankelijk niets van weten, omdat ze vreesden voor
buitenlandse inmenging in hun handelsbelangen.
 |
Suezkanaal, 1976, met vernield militair materieel uit 1967 en 1973 |
 |
| Ismailia, Suezkanaal, 1976 |
Toen de aanleg van het kanaal eenmaal vorderde, gingen de Britten alsnog
overstag. Het Suezkanaal is uiteindelijk in 1869 geopend en werd een
belangrijke verbinding met Brits-Indië. Intussen lagen ook de Duitsers op de
loer, die aan het eind van de 19e eeuw toegang zochten tot het Midden-Oosten:
ze onderhielden goede relaties met het Ottomaanse Rijk en bouwden gestaag aan
hun droom van een spoorweg tussen Berlijn en Bagdad, om toegang te krijgen tot
de bevaarbare Tigris en de Perzische Golf en daarmee een alternatieve route
naar Indië.
De Arabieren en het Ottomaanse Rijk
Het Ottomaanse Rijk besloeg halverwege de 19e eeuw behalve hedendaags
Turkije ook Arabische gebieden tot aan Bagdad, Mekka en Medina. Sommige historici
concluderen dat de spoorweg van Berlijn naar Bagdad (hoewel daar destijds nog delen van
ontbraken in het Taurusgebergte en in Irak) een belangrijke dreiging betekende
voor Brits-Indië, en daarmee een van de aanleidingen was voor de Eerste
Wereldoorlog. Maar je kunt je ook afvragen welke rol de vondst van olie in de
Golfregio, kort na de eeuwwisseling, erin heeft gespeeld.
 |
Afgedankte Duitse locomotieven in Konya, langs de Bagdadspoorweg, Turkije, 1989 |
 |
De voormalige Bagdadspoorweg in het Anatolische hoogland, 1989 |
Het eerste deel van de Bagdadspoorlijn liep van Berlijn via Wenen en de
Balkan naar Constantinopel, grotendeels door het gebied van
Oostenrijk-Hongarije. Maar het venijn zat in Ottomaans gebied, waar behalve de
spoorlijn naar Bagdad ook de Hedjaz-spoorweg van Damascus naar Medina inzet
werd van de Eerste Wereldoorlog. Deze spoorlijn was aangelegd om de Ottomaanse
dominantie van de bedevaartsoorden Mekka en Medina te ondersteunen, wat tegen
het zere been was van de Hasjemitische emir van Mekka.
De Britten rekruteerden in 1916 Hasjemitische strijders om na het debacle
van Gallipoli het Ottomaanse leger te helpen verslaan. De Hasjemieten werd het
bestuur over de Arabische gebieden van het Ottomaanse rijk beloofd in ruil voor
hun inzet. Ze saboteerden de Hedjaz-spoorweg, voerden een slopende guerrilla
tegen de Ottomaanse strijdkrachten en hielpen bij de verovering van Irak.
Hun
Britse liaisonofficier was T.E.Lawrence, die deze periode heeft beschreven in
zijn boek Seven Pillars of Wisdom. Het is de vraag of Lawrence wist dat de Britten en
de Fransen in 1915 al onderling het Midden-Oosten hadden verdeeld (het geheime
Sykes-Picot verdrag). Alweer was de inzet de zeggenschap over een strategisch
en economisch belangrijk gebied.
 |
| Overzicht van spoorlijnen in Ottomaans gebied. Bron: Wikipedia. |
 |
Trein op de Hedjaz-spoorlijn. Bron: Wikipedia, Palestine Railways 1947 |
Het lege land en het zionisme
De mythe van het lege land duikt op in vele koloniale projecten: in
Zuid-Afrika, bij de verovering van het westen van de Verenigde Staten, en ook
bij de kolonisering van Palestina, waar hij wordt gebruikt om de zionistische aanspraken te rechtvaardigen.
Het ‘lege land’ Palestina is een bedenksel van een
Schotse predikant, Alexander Keith, die in 1839 Ottomaans Palestina had bezocht
en beweerde dat er niemand woonde. Misschien waren de woestijngebieden waar
nomaden leefden dunbevolkt, maar hij negeerde het feit dat in de rest van
de streek een rijke samenleving bestond van bijna een half miljoen mensen, merendeels islamitisch, deels christelijk en joods.
Soms wordt tegengeworpen dat ook andere bevolkingsgroepen (Egyptenaren) in Palestina
immigranten waren, maar we moeten ons realiseren dat er in de Ottomaanse Levant
sowieso veel migratie plaatsvond. De regio was onderling verbonden en niet
strikt ingedeeld volgens hedendaagse grenzen. Ooit werden boeken geschreven in
Caïro, gedrukt in Beiroet en gelezen in Jaffa.
Het zionistische gedachtegoed is eeuwenoud en vermoedelijk ontstaan onder
strenggelovige Europese christenen: de terugkeer van de Messias zou pas
mogelijk zijn als het Uitverkoren Volk terug was bij Zion (een heuvel in
Jeruzalem). In dat verband moeten we onderscheid maken tussen christelijke en
joodse zionisten.
De joodse zionistische beweging, gericht op migratie naar Palestina en het
herbouwen van een tempel die 2000 jaar geleden is verwoest, is
ontstaan als reactie op sociale achterstelling en pogroms in Europa in de 19e eeuw en kreeg zijn beslag
tijdens het eerste zionistische congres van 1897 in Basel.
De Israëlische historicus Ilan Pappé schrijft dat het zionisme aanvankelijk
weinig aanhang had, omdat joodse arbeiders zich liever wilden aansluiten bij
seculiere socialistische bewegingen in hun Europese thuislanden dan bij een deels religieus gemotiveerde joodse stroming. Het zionisme werd echter al snel de leidende
ideologie bij de joodse immigratie in Palestina, en kopstukken uit de
zionistische beweging, zoals David Ben-Gurion en Yitzhak Ben-Zvi, omarmden de
mythe van het lege land.
Immigratie als geopolitiek wapen
De eerst bekende joodse immigratie vanuit Europa naar Palestina vond plaats
in 1882. De immigranten waren geen boeren maar idealisten, en kochten
aanvankelijk met hulp van joodse filantropen braakliggend land om daar
boerenbedrijven op te zetten. Veel succes hadden die ‘stadsjongens’ uit Europa
niet: volgens Ilan Pappé moesten de Palestijnse boeren hen leren ploegen en
zaaien… Maar al snel werd ook bouwland gekocht van Arabische en Ottomaanse
grootgrondbezitters, die het land hadden verpacht aan Palestijnse boeren.
De fellahin werden eraf gestuurd en landden in achterbuurten in de steden.
De onrust die dat veroorzaakte leidde in 1892 tot een Ottomaans
verkoopverbod van land aan immigranten. Desondanks zou de verkoop van land aan joodse agentschappen onverminderd doorgaan, hoewel dit mogelijk ook economische
redenen had, omdat de kleine Palestijnse boerenbedrijfjes niet voldoende
opbrachten. In 1914 maakten joodse
kolonisten ongeveer 5% van de bevolking uit, en duizenden werden door de Turken
het land uitgezet toen de oorlog begon.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog begon de zionistische beweging in de persoon
van voorman Chaim Weizmann de Britse overheid te bewerken om in Palestina een
thuisland voor joodse immigranten te creëren. En in 1917, met de overwinning op
het Ottomaanse Rijk in zicht, kwam de Britse minister van buitenlandse zaken
Arthur Balfour met de ‘Balfour Declaration’, een brief aan Lord Rothschild, een
voorman van de joodse gemeenschap in Groot-Brittannië, waarin dit onder
voorwaarden werd toegestaan. Het mes sneed aan twee kanten: het versterkte de
Britse invloed op de regio en bood ook een bestemming voor honderdduizenden
stateloze Joden in Europa, die de Britten liever niet binnen de grenzen hadden.
Aanvankelijk werd zelfs overwogen om die mensen naar Oeganda te sturen, maar
dat plan sneuvelde. Zo werd de deur weer open gezet voor joodse immigratie in Palestina en
uiteindelijk voor het ontstaan van een joodse staat. Invloed in de directe
omgeving van het Suezkanaal werd door de Britten beschouwd als een geopolitiek
wapen. Dat zij daarmee de geest uit de fles lieten, hadden ze kennelijk
onderschat. De Ottomaanse landrechten van de Palestijnen werden onder druk van
de joodse kolonisten door het Brits-koloniale bestuur afgeschaft, en de jaren
20 en 30 waren gekenmerkt door grootschalige verdringing van Palestijnen en wederzijdse gewelddadigheden, waar de Britten geen vat op kregen. Het mondde in 1936 uit in een grote Arabische opstand.
De Holocaust en de staat Israel
Na de Tweede Wereldoorlog veranderden de geopolitieke verhoudingen
drastisch. Het koloniale tijdperk werd in rap tempo afgesloten en de wereld
raakte verdeeld in het Sovjetblok en het Westen, wat onvermijdelijk ook zijn
invloed had op het Midden-Oosten. De massamoord op 6 miljoen joodse Europeanen
door de nazi’s gaf ook het zionistische streven een belangrijke impuls. Maar
wat vaak wordt genegeerd is dat in de aanloop van de oprichting van de staat
Israel grof geweld werd gebruikt door joodse terreurgroepen, niet alleen tegen
de Palestijnen, maar tegen iedereen die probeerde er de orde te bewaren en de
immigratie te beheersen, inclusief de Britten.
Uiteindelijk gaven deze in 1946 de strijd op en kregen de nieuw opgerichte
Verenigde Naties het bestuur over de roerige regio in de schoot geworpen. Ook
de VN moest het ontgelden: zo werd de bemiddelaar van de VN in Palestina, de
Zweedse diplomaat Folke Bernadotte, door joodse extremisten vermoord. De staat
Israel werd opgericht in een bloedige uitroeiingscampagne (nu bekend als
de Nakba) waardoor in 1948 honderdduizenden Palestijnen op de vlucht sloegen. De
Haganah, de Bende van Lehi en de Irgun hebben alle bloed aan hun handen, en
misschien is het goed om te memoreren dat deze terreurgroepen in 1948 werden
geïntegreerd tot het Israëlische leger. Hun kopstukken zoals David Ben-Gurion,
Yitzhak Shamir en Menachem Begin zouden later in de staat Israel topfuncties
bekleden. Ook dat geeft te denken.
De Koude Oorlog en de Iraanse revolutie
Het Sovjetblok en het Westen stonden na 1945 recht tegenover elkaar, wat de
wereld in 1961 aan de rand van een kernoorlog bracht (de Cubacrisis). In de
Koude Oorlog koos het Kremlin de zijde van vrijwel elke bevrijdingsbeweging die
zich keerde tegen de voormalige koloniale machthebbers. Niet toevallig
concentreerde zich dat op vele zeeroutes: zuidelijk Afrika, de Middellandse
Zee, de Rode Zee en natuurlijk ook het Suezkanaal. Het Sovjetblok steunde
Egypte, Algerije, Syrië, Jemen en natuurlijk ook de Palestijnen, die de
onstabiliteit van de regio konden versterken. Ik heb nog beeldmateriaal van
Russische schepen in de Jemenitische havenstad Aden.
 |
| Russische schepen in Aden, 1976 |
Toen de Egyptische president Nasser in 1956 de macht over het Suezkanaal
wilde overnemen, grepen de Fransen, de Britten en… Israel militair in. De Suezcrisis werd gezamenlijk bezworen door de VS en de Sovjet-Unie (een
gelegenheidscoalitie?) en leidde uiteindelijk toch tot overdracht van het
kanaal aan Nasser. Maar in 1967 werd het kanaal wederom geblokkeerd door
Egypte, als reactie op de Israelische opmars in de Sinaï, tot aan de oostelijke oever van
het kanaal in de Zesdaagse Oorlog.
 |
Wrakken in de Straat van Tiran, tussen de Rode Zee en de Golf van Aqaba, waar in 1956 en 1967 vreselijk is gevochten tussen Egypte en Israel. |
De blokkade zou 8 jaar duren. Ik zat in 1975
nog op een van de eerste schepen die weer door het kanaal voeren: in Port Saïd
werden aan boord pamfletten uitgedeeld ter herinnering, waar ik nog een
exemplaar van heb.
 |
Pamflet ter herinnering aan de heropening van het Suezkanaal, 1975 (collectie auteur) |
Tot 1989 speelde de Koude Oorlog de hoofdrol in de Levant, getuige de
Sovjet-invloed op Syrië, Egypte en het Palestijnse verzet, en Israel als
‘voorpost’ van het Westen in de regio. De Russische invloed in het
Midden-Oosten bleef echter ook nadien aanwezig, met name in Syrië, waar Poetin
samen met Iran het Assad-regime steunde tijdens de burgeroorlog van 2011-2024,
en de Russen na de val van Aleppo daar de baas speelden, zoals een Syrische
vluchtelinge mij ooit vertelde.
 |
| De haven van Beiroet, 1973 |
 |
De kust van Libanon bij Tripoli, vlakbij de Syrische grens, 1973 |
Na de islamitische revolte in Teheran van 1979 werd Iran een nieuwe speler
in het geopolitieke evenwicht in het Midden-Oosten. Iran en de Verenigde Staten
liggen al sindsdien overhoop. Iran is een aartsvijand van Israel en heeft de
Sjiitische milities in Libanon al tijdens de burgeroorlog in de jaren ‘80
gesteund met trainingen en wapens. Het hedendaagse Hezbollah is daaruit
voortgekomen. En alweer zien we een geopolitiek spel, waarbij het Israëlische
regime in 2026 Donald Trump heeft verleid tot een oorlog met Iran. Vooralsnog
lijkt het erop dat Trump en zijn haviken zich aardig in de vingers hebben
gesneden met dit avontuur, en tot overmaat van ramp mengen nu (juli 2026) ook
de Houthi’s zich in de strijd. De gevolgen zijn wereldwijd merkbaar.
 |
Iraanse marinebasis met hovercrafts aan de Shatt al-Arab, 1976 (drie jaar voor de revolutie in Iran) |
De Palestijnen
Tijdens de jaren 60 ontstonden verzetsbewegingen zoals Fatah (later
opgenomen in de PLO) en andere Palestijnse organisaties, die terugsloegen tegen
Israel en zijn westerse bondgenoten met aanslagen en vliegtuigkapingen. De
grens tussen verzet en terreur is flinterdun, zoals ik al eerder heb betoogd.
Daarmee gooiden deze bewegingen helaas ook hun eigen glazen in: het woord
‘Palestijn’ werd in de pers bijna synoniem met ‘terrorist’. Maar laten we niet
vergeten dat door elke bezettingsmacht verzet gelijk wordt gesteld aan terreur,
en dat het Westen doof en blind bleef voor het alsmaar voortdurende Israëlische
onrecht jegens de Palestijnen. Het is dus geen zwart-wit verhaal.
Als we dit relaas van begin tot einde teruglezen, zijn de Palestijnen dus
al ruim 100 jaar de dupe van geopolitieke machtsspelletjes. Hun rechten zijn
vanaf de Ottomaanse tijd domweg genegeerd, en na het uitroepen van de staat Israel
alleen maar verder uitgehold onder een gewelddadig apartheidsregime. Netanyahu
wil alleen maar doorgaan totdat de Palestijnen uitgeroeid of verdreven zijn,
gesteund door Amerikaanse wapenleveranties en het wegkijken van de hele
Westerse wereld. Maar helaas voor Israel zal er alleen een duurzame oplossing
zijn als de Palestijnen daar ook deel van uitmaken.
Als er één ding is dat de geschiedenis ons leert, is het dat wie met het
zwaard omgaat erdoor ten onder zal gaan. Het is beter om zwaarden om te smeden tot ploegscharen. Alleen is dat besef nog niet in Tel
Aviv ingedaald.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten