woensdag 24 december 2025

Kerstnacht op zee

Is er nog hoop? Vorige week zat ik bij een kerstconcert met een koor en een koperensemble. De muziek was prachtig, maar ik kon er niet echt van genieten met het beeld voor ogen van de kindertjes in Gaza. Is er nog hoop voor hen, hongerig en koud in lekkende tenten, met dank aan een bezetter die nog steeds aan de lopende band oorlogsmisdaden pleegt? Het ‘bestand’ is een dode letter. Is er nog hoop voor Oekraïne, waar een andere schurkenstaat de bevolking terroriseert door in de winterkou de energievoorziening te bombarderen, of voor de mensen in Soedan en Oost-Congo, wie de wereld de rug heeft toegekeerd?

Overstroomde tenten in Gaza, december 2025. Bron: CNN

Geen vrede op aarde dus. Evenals vorig jaar had ik de grootste moeite om iets te schrijven vol hoop. Totdat ik mij een kustreis op zee herinnerde, midden in de winter in de Duitse Bocht, vijftig jaar geleden. Met een klein stukje fictie erbij werd het toch nog een kerstverhaal.

De ster

Het is vijf uur, Kerstavond 1975 in de Kaiser-Wilhelm-Hafen in Hamburg. Het laden is gedaan, de walkranen zijn verlaten en staan als stille schildwachten op een rij langs de donkere kade. Hier en daar is een schijnwerper aan langs de pakhuizen. Het vriest, er zit sneeuw in de lucht en de wind zit in het noordwesten, kracht zeven of acht met geniepige vlagen die je tot op het bot verkillen. Ik ben nog maar een uur aan dek, maar mijn tenen voel ik al niet meer.

Ik ga de ruimen langs terwijl de bootsman met twee man bezig is de luiken dicht te trekken. De zware stalen pontons kantelen dreunend over het luikhoofd en rollen op hun plaats, alle met kettingen aan hun voorganger bevestigd. Anderen zijn bezig de laadbomen te strijken. 

Tegen alle verwachting in zullen we in Bremerhaven met Kerstmis binnen liggen. Een vrije dag voor de hele bemanning. Ik verkneukel me al bij het vooruitzicht van het feestmaal morgenavond. Maar het stukje buitenom varen van de Elbe naar de Weser voorspelt weinig goeds, er zal bij deze wind buitengaats deining staan, net waar die de razende eb vanuit de Elbe ontmoet en korter en hoger wordt. De bootsman heeft de lading in de ruimen al gestut.


De loods is besteld voor zeven uur. Ik ga snel eten voordat ik de brug vaarklaar moet maken, trek over mijn coltrui de battledress weer aan, op de schouders de smalle gouden krul van een vierde stuurman, de laagste in rang aan boord. Het is inmiddels zes uur, ik ga naar boven, controleer de navigatielichten, de luchthoorn in de voormast en de kompassen, ik zet de radar aan en leg de havenkaart klaar voorin het stuurhuis. Ik bel naar beneden om de machinetelegraaf te testen. De wijzer volgt wat ik op de telegraaf aanvraag, alles in orde. 

De ouwe komt boven en bestudeert de kaarten, dan de eerste stuurman. De ouwe kijkt mij aan. ‘Ampat, haal jij de loods af bij de valreep? Hij is onderweg.’ Ampat is Maleis voor Vierde, de gebruikelijke aanspreektitel voor de vierde stuurman bij een rederij die zijn wortels heeft in de vaart op Indonesië.

‘Jazeker, kapitein.’ Ik loop naar beneden en wacht, mijn voeten stampend tegen de kou. Een taxi verschijnt op de kade, een man in burger met een aktetas en een Duitse schipperspet stapt uit en komt de valreep op.

Guten Abend, Herr Lotse.

Guten Abend, Steuermann. Zeigen Sie mir den Weg, bitte.

Twee man halen de valreep omhoog, wij gaan de trappen op naar het brugdek. Intussen klinkt binnen de roep ‘voor-en-achter, voor-en-achter.’ De derde stuurman komt naar beneden rennen, portofoon in de hand. Bovengekomen zie ik op het inktzwarte water de lichtjes van de sleepboten die waren besteld. De derde en zijn meerploeg spoeden zich naar voren, de tweede naar achter.

De eerste stuurman geeft door de portofoon opdracht om ‘op te korten’ - alle extra trossen worden weggehaald totdat we voor en achter alleen op een tros en een spring liggen. De sleepboten maken vast. De wind drukt ons tegen de wal, de koude tocht kruipt mijn broekspijpen in terwijl ik op mijn plek sta bij de telegraaf.

Vorne und hinten los,’ zegt de loods op de brugvleugel tegen de eerste stuurman. Hij praat tegen de sleepboten door zijn portofoon, die zetten voorzichtig de sleeptrossen stijf terwijl de bemanning de laatste trossen en springen weghaalt. De sleepboten trekken ons van de wal, langzaam wijken de donkere havenkranen terug.

Maschine stand-by bitte,’ zegt de loods.

Stand-by,’ antwoord ik, zet de telegraaf op standby. De machinekamer antwoordt.

Langsam voraus.

Langsam voraus.’ Ik zet de telegraaf in de juiste stand, hoor door de open deur vanuit de schoorsteen het knallen van de perslucht waarmee de machine wordt gestart. Ik kijk naar de slagenteller boven het middelste raam, die draait gehoorzaam naar rechts op vijfenveertig omwentelingen. We kruipen naar voren.

Een kwartier later zijn we op de rivier, de sleepboten zijn los, het is hoogwater en zo direct loopt de eb. Het is acht uur, de ouwe kijkt mij aan. ‘Ampat, ga jij maar pitten. Je moet om middernacht op, samen met de Tweede.’

Ik wens iedereen goede wacht en zoek mijn hut op. Slapen lukt mij nooit, zo vroeg op de avond, maar na een uurtje woelen ben ik toch onder zeil… 

…De telefoon gaat, indringend en niet te negeren. Ik klauter verdwaasd in het pikdonker uit mijn kooi. De telefoon gaat weer, ik doe een lampje aan. 

‘Vierde stuurman.’

Het is de ouwe. ‘Ampat, het is kwart voor twaalf. Kom je naar boven?’

‘Aye aye, kapitein.’ Even het toilet opzoeken, tandenpoetsen, in de kleren en naar boven. De deur van de hut blijft open, zoals altijd op zee.

In de kaartenkamer laat ik even mijn ogen wennen aan het donker. Er is alleen een rood lichtje aan boven de kaartentafel. De koffie in de kan stinkt, die staat al uren op te warmen en lijkt nu op vloeibaar asfalt. Brrr. Ik doe de deur naar het stuurhuis open. Het is aardedonker, de lichtjes van de slagenteller en het stuurkompas zijn gedimd. Vaag kan ik schimmen ontwaren van de mensen op de brug. Het schip stampt een beetje, er komt al deining van zee. Het is stervenskoud.

‘Vrolijk Kerstfeest, ampat.’

‘Vrolijk Kerstfeest, kapitein.’

‘We zijn dwars van Neuwerk. De loods gaat zo van boord, we hebben al vaart geminderd,’ zegt de derde stuurman tegen mij. ‘De loodsboot wacht stuurboord vooruit, de loodsladder hangt klaar. Breng jij hem zo direct weg? Nog tien minuten.’

Een kwartier later liggen we gestopt na het afzetten van de Elbeloods. De loods voor de Weser klimt aan boord, ik geef hem een hand bij het overstappen over de reling. Het is middernacht geweest, de kerstnacht is begonnen.

Frohe Weihnachten, Steuermann.’

Frohe Weihnachten, Herr Lotse.’

De ouwe nodigt hem uit voor koffie in zijn hut, dus het komende uur hebben de Tweede en ik het rijk alleen. We varen weer, draaien naar bakboord in de richting van de uiterton van de Alte Weser en beginnen dwars op de deining ongenadig te slingeren. Alles rammelt en kraakt, de zeekaart glijdt van het tafeltje in het stuurhuis. Het is ijzig, ver weg op zee zit volgens de radar een sneeuwbui. 

Ik kijk naar bakboord, op zoek naar de vuurtoren van Neuwerk voor een zichtpeiling. Dan breekt opeens het wolkendek open in het zuidoosten. 



Laag boven de horizon priemt een felle ster onder de wolken door: Sirius, de helderste ster aan het firmament. Alsof het van hogerhand verordonneerd is, blijft hij minutenlang zichtbaar, zo helder dat ik de weerschijn zie, een brede baan van licht op de golven. Wat nu nog ontbreekt is de zingende engelen.

De wacht gaat verder, de Tweede heeft een blik snert en een pannetje geregeld bij de hofmeester. De soep gaat in de pan en we verwarmen hem op het kookplaatje in de kaartenkamer. Drie mokken en lepels komen tevoorschijn. Pedro, de Spaanse uitkijk, komt even binnen. 

Feliz Navidad, Pedro.’

‘Feliz Navidad, Mr Mate.’

Gezamenlijk eten we warme erwtensoep en roggebrood met spek. ‘Snert met drijfijs,’ zeg ik, een marineterm van mijn vader, in een poging een geintje te maken. Niemand lacht, maar de snert smaakt prima. Langzaam ontdooien we.

We wijken uit voor een coaster, rollend als een varken op de deining. Na een halfuurtje komen de kapitein en de loods naar boven. De ouwe snuift de geur van de snert op. ‘Hmm,’ zegt hij, ‘ik zou ook wel soep lusten.’ Gelukkig is er nog een tweede blik in de kast in de kaartenkamer. Ik haal extra bestek uit de salon op het sloependek. Beneden lijkt het slingeren wel sterker, ik zie het televisietoestel balanceren op de rand van een kast in de salon en til het omlaag, zodat het er niet af kiepert. Teruggekomen op de brug maak ik soep voor de ouwe en de loods.

vuurtoren Alte Weser

Het is twee uur in de ochtend als we de vuurtoren Alte Weser passeren, op weg naar Bremerhaven. De zeegang is afgenomen, over een paar uur zullen we afmeren, bij uitzondering op een feestdag in de haven.

In Bremerhaven blijkt alsnog lading in het tussendek van ruim 5 omgevallen te zijn. 

——

Dit is een verhaal over de zeevaart van een halve eeuw geleden. Maar misschien is het herkenbaar voor wie nu op zee zit. Mocht u dit lezen, ten anker of onderweg, dan wens ik u een behouden vaart en een prettige kerst.

donderdag 13 november 2025

Intelligentie, of het einde ervan

Mijn nieuwste boek HET BETWISTE LAND nadert langzaamaan zijn voltooiing. Het manuscript is al geredigeerd en momenteel ben ik bezig met de laatste aanvullingen en met het vertalen naar het Engels. De vertaling gaat CONTESTED LAND heten, en ik ben ongeveer halverwege in het manuscript. Het gaat langzaam, maar gestaag - feitelijk schrijf ik het boek opnieuw in een andere taal. 

Laatst sprak ik een collega-auteur, die zich afvroeg of ik de vertaling niet beter met kunstmatige intelligentie kon doen. Dat is een interessante vraag. Hoe verhoudt een menselijke auteur en vertaler zich tot AI?

Het motorschip Oostkerk, hier te zien in Dubai
met een klassiek Arabisch scheepje,
speelt een rol in HET BETWISTE LAND


Intelligentie

Te oordelen naar de veelheid van definities, is intelligentie is een lastig te omschrijven begrip. Zoals het vermogen om doelgericht te handelen en rationeel te denken. Of het vermogen om verbanden te kunnen leggen, patronen te herkennen en kennis te kunnen verwerven en toepassen. Ook is er emotionele intelligentie: zelfkennis, optimisme, empathie, sociale vaardigheid. En standvastigheid, waarover later meer.

Het kunnen leggen van verbanden en logisch en consistent redeneren helpt je als auteur om je boek vorm te geven, om onderzoek te doen naar de achtergronden en dat te vertalen in een concreet resultaat. Maar minstens zo belangrijk is emotionele intelligentie, die je laat nadenken hoe je verhaal gelezen zal worden.

HET BETWISTE LAND grijpt terug op het conflict in het Midden-Oosten tijdens de jaren ‘70 en is geïnspireerd door de afschuw die ik voelde bij de genadeloze uitroeiing van de inwoners van Gaza door het Israëlische leger. Ongeacht de aanleiding daartoe (de terreuraanval van Hamas in oktober 2023), NIETS rechtvaardigt de buitensporige Israëlische respons en de inmiddels bijna 70.000 doden, om maar niet te spreken van de vele gewonden in lichaam en geest. 

De geweldspatronen van nu waren ook een halve eeuw geleden al zichtbaar - ik herinner mij de slachtingen aangericht in de jaren ‘70 en ‘80. Denk aan Sabra en Shatila, waar Israël medeplichtig aan was. Maar Israël is een stap verder gegaan door kunstmatige intelligentie te laten bepalen wie moet worden gebombardeerd, zonder menselijke tussenkomst, wat bijdraagt aan het hoge dodental. Als dat de oorlog van de toekomst is, betekent dat het einde van menselijke intelligentie. 

Als oorlog dat niet al was.

Standvastigheid en emotionele intelligentie

In HET BETWISTE LAND treden gewone mensen op zoals u en ik, die proberen de verschrikkingen van armoede en geweld te doorstaan in een Palestijns kamp in Libanon. Het was niet altijd gemakkelijk om door te dringen in de gedachtenwereld van de Palestijnse bevolking, noch die van de Palestijnse diaspora. Zelfs nu, terwijl het boek al bijna is afgerond, leer ik nog dingen die van belang zijn.

Zo was ik laatst bij een culturele bijeenkomst, waarin jonge auteurs uit Gaza een boek met korte verhalen presenteerden met de titel ‘We Are Not Numbers’. Ook uit hun verhalen heb ik iets geleerd dat van belang is voor mijn boek, zoals de standvastigheid van de Palestijnen, hun vastbeslotenheid om de rug recht houden bij onderdrukking. Een vorm van - alweer - emotionele intelligentie. Palestijnen noemen dat sumud, geweldloos (of misschien wel intelligent) verzet.



In een artikel over Sumud op Wikipedia vond ik iets over vormen van verzet tegen onderdrukking. Ik zie verrassende overeenkomsten tussen sumud en het verzet tegen de Duitse bezetter in Nederland tussen 1940 en 1945: overleven en volhouden, maar ook ondermijning en sabotage als vorm van verzet. Zo kenden we ondergrondse organisaties die informatie verzamelden over de bezetter, een ondergrondse pers en georganiseerde hulp aan onderduikers. 

Verzet is niet beperkt tot Palestijnen, maar het is kenmerkend voor alle volken die lijden onder onderdrukking. Zoals ook bijvoorbeeld de Marrons in Suriname, die in verzet kwamen tegen de koloniale onderdrukkers.

Gewapend verzet (dat we ook in Nederland kenden, b.v. de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam) gaat een stap verder. De grens tussen gewapend verzet en terreur is smal, waardoor de twee vaak (of opzettelijk) worden verward. Niet alle gewapend verzet is terreur. Er is in dat verband door The Rights Forum een interessant artikel gepubliceerd over de legitimiteit van gewapend verzet door Palestijnen, waarin exact is uitgelegd wat volgens het oorlogsrecht wel en niet mag.

Terug naar intelligentie

Eerder stelde ik de vraag, hoe een menselijke auteur en vertaler zich tot kunstmatige intelligentie verhoudt. Ik zal een voorbeeld geven. Laatst vroeg ik iemand om een tekst van commentaar te voorzien. Het antwoord was opvallend helder en relevant. Toen ik vroeg of de commentator daar misschien ervaring mee had, was het antwoord dat het commentaar was gegenereerd met ChatGPT!

Wat zegt dat over het redigeren van tekst met AI? Dat het nuttig was, is van geen belang: elk commentaar dat mij doet nadenken is relevant. Maar wie vooral iets van deze opdracht heeft geleerd, is die digitale veelvraat ergens in de VS, niet de commentator.

Stel dat ik mijn boeken door ChatGPT in het Engels laat vertalen? Dan heb ik zelf geen zeggenschap over het resultaat, behalve als ik er nog eens handmatig doorheen ga. Maar ook worden mijn tekst, mijn plot en mijn stijlvormen, kortom mijn complete auteursrecht, schaamteloos gestolen door het vertaalplatform. En het laatste argument is dat mijn kennis van het Engels niet meer wordt gevoed. Stilstand is achteruitgang.

Gechargeerd: als we AI gaan gebruiken als vervanging voor onze menselijke intelligentie, betekent dat te langen leste het einde daarvan. 

We zullen niets meer leren, en alleen het monster voeden.

Bewerkt 19 november

zaterdag 4 oktober 2025

Boekverbrandingen

De laatste mailing over boeken uit de collectie van een bevriende uitgever was getiteld ‘Boeken met een boodschap’. Boeken met een maatschappelijke boodschap in een woelige wereld.

Aan het slot van de mail stond iets over het foute signaal dat uitgaat van het verbieden van boeken. In de Verenigde Staten gaat het inmiddels om tienduizenden boeken die niet meer mogen worden verkocht door ‘anti-woke’ censuur van de regering-Trump. Alles wat wringt met het nieuwe ultra-conservatieve gedachtegoed gaat in de ban: klimaat, black lives matter, buitenlanders, LHBTI+.


Het neemt inmiddels bespottelijke vormen aan: zelfs de naam van de bommenwerper die de atoombom op Hiroshima gooide (Enola Gay) moest worden geschrapt uit de geschiedenis omdat het woord gay erin voorkomt… 


Enola Gay, de B29 die de bom op Hiroshima liet vallen
(bron: Wikipedia)

Entartete Kunst


Ik hoop echt dat we hier niet dezelfde kant op gaan. Zulke ontwikkelingen doen helaas denken aan een duistere periode in de Duitse geschiedenis, waarbij boeken van Joodse auteurs in het openbaar werden verbrand, en moderne kunst werd afgeschilderd als Entartete Kunst. Ontaarde kunst voor wie geen Duits verstaat. Zoals het eerste slachtoffer van een oorlog de waarheid is, is het eerste slachtoffer van een totalitair regime het vrije woord en vrije expressie. 


Als je toenemende censuur gaat koppelen aan Artificiële Intelligentie (AI), waarbij niet een auteur van vlees en bloed, maar AI boeken gaat schrijven volgens het stramien dat de machthebber het best uitkomt, is het hek helemaal van de dam. Enige tijd geleden schreef ik over Big Brother, de dictator in Nineteen Eighty-Four van George Orwell. Daar werden boeken, het nieuws, ja zelfs de geschiedenis continu herschreven volgens de op dat moment voorgeschreven waan van de dag. 


Niet alleen de vrije expressie is in gevaar, ook wat wij wel of niet mogen denken. Desnoods wordt de nieuwe politieke correctheid afgedwongen met knokploegen. De nazi-bruinhemden die in 1938 Joodse winkels aan puin sloegen en boeken verbrandden, het Amerikaanse leger dat in 2025 wordt klaargestoomd om de ‘binnenlandse vijand’ van Trump te verslaan, en in ons kikkerlandje het rotzooien met NSB-vlaggen bij AZC’s. Eigen volk eerst. Ga lekker door, jongens.


Boeken met een boodschap


Ook mijn thrillers bevatten een maatschappelijke boodschap. Ze gaan over mensen die in de knel komen en zich weten te ontworstelen aan de verschrikkingen die ze meemaken. Zoals de Syrische arts Leila Hammadi, die tijdens de burgeroorlog vlucht voor het Assad-regime en na jaren van tegenslag in Griekenland een nieuw leven weet op te bouwen. En de Russische Irina Makarova, die slachtoffer is van vrouwenhandel en in Nederland te maken krijgt met een harteloze overheid, maar desondanks haar hoofd overeind houdt. En de jonge Afrikaanse vrouw Efua, die drie eeuwen geleden ten tijde van de slavenhandel van de WIC de verhalen van Anansi meeneemt op het slavenschip, en haar vrijheid zoekt in het binnenland van Suriname.


Een deel van deze verhalen speelt zich af op zee, omdat de zee onze laatste wildernis is, en omdat ik de zee goed ken, als oud-zeevarende en als zeezeiler. Op zee ben je aangewezen op jezelf, wat een extra element van spanning toevoegt aan het verhaal. Sommige recensenten mopperen wat over de zeevaartachtergrond, maar van mijn lezers heb ik geen klachten. Over smaak valt niet te twisten, zullen we maar zeggen...


Tot slot is er ook een rode draad in elk boek, de ontluikende relatie tussen twee mensen, vaak uit heel verschillende culturen, die elkaar tegen alle verwachting vinden en niet meer willen loslaten. Tenslotte is ons bloed altijd rood, waar we ook vandaan komen, en liefde is onze sterkste emotie. Ik hoop dan ook van ganser harte dat de liefde het gaat winnen van de haat die sommigen lijkt te verteren.


Mijn boeken (klik op de omslagfoto’s voor extra informatie):



 
 
 
 
 

  
 
 IN VOORBEREIDING:

 


 

maandag 15 september 2025

Matroos

Het is al maanden geleden dat ik iets op mijn blog geschreven heb. 


Als gevolg van het afrondende werk aan mijn nieuwste boek HET BETWISTE LAND, dat zich afspeelt in het Midden-Oosten in 1973, heb ik maandenlang het deprimerende nieuws over de slachtpartij in Gaza en het onrecht in de bezette Westoever gevolgd.


Ik probeer te voorkomen dat het nieuws mij constant naar de strot grijpt, en waarschijnlijk zit u ook niet te wachten op alweer analyse over het onrecht in de wereld. Die hoort u al voldoende in de media. 


Daarom nu maar een vrolijk kort verhaal, dat ik een tijd geleden schreef. Het gaat over een matroos, die per ongeluk aan boord van mijn zeilboot is aangemonsterd. Het is een verhaal van fictie, want ik woon niet op een oude zeilboot in een eilandhaven en ik kan ook geen inwonende bemanning betalen, maar ik doe even alsof. Want Matroos is geïnspireerd door Boris, een aanhankelijke asielkat die jarenlang bij ons heeft gewoond tot zijn overlijden een jaar of wat geleden.


MATROOS


Mijn beste vriend is een asielzoeker zonder papieren, of een verstekeling zo je wilt, een luie zwart-wit gevlekte kater, die naar de veelzeggende naam Matroos luistert. Hij is toevallig aan boord verzeild geraakt. Ik zal u vertellen hoe dat is gekomen. 


Door allerlei omstandigheden waarmee ik u niet zal vervelen, woon ik sinds jaren zomer en winter op mijn oude zeilboot in de haven van het eiland. Ook al heb ik het financieel niet erg breed, vreemd genoeg is dat geen straf. Noem mij een vrijbuiter of een zwerver, ik leef met de natuur en met de getijden, de eilanders kennen mij en ik ken hen, kortom ik ben alleen maar niet eenzaam. Ik heb versleten oude zeilen die ik zelf repareer, en gebruik ouderwetse papieren zeekaarten en een handheld GPS omdat ik geen geld heb voor dure apparatuur. Ik probeer elk jaar genoeg te sparen voor een zomerse solotocht, en zo ben ik een paar jaar geleden naar Engeland geweest. 

 

Calais

 

Ik was langs de kust afgezakt naar Scheveningen, en via Vlissingen en Oostende in Calais aangekomen. Daar begon het uit de verkeerde richting te waaien, en pas na een paar dagen kon ik ’s ochtends vroeg over de ondiepten wegkomen op het tij en in één keer naar Chatham varen, een lange tocht dwars over de shipping lanes, binnen de Goodwin Sands door, langs Ramsgate, om de hoek bij North Foreland en dan de Theems in. 

 

Overtocht over het Nauw van Calais

 

Het is daar oppassen met de diepte net als op de Wadden, er ligt een ondiepte bij Herne Bay, maar ik kon er net overheen komen en liep voor stroom de Medway in langs de forten die Michiel de Ruyter in 1667 op de Engelsen heeft veroverd. Bij hoogwater kon ik die avond zo naar binnen in de jachthaven in een van de oude dokhavens van de Engelse marine vlak naast het scheepvaartmuseum.

 

Fort in de Medway

Het weer was belabberd die zomer, koud en nat, en ik was door de regen naar het museum geweest om me te vergapen aan alles wat er in de oude bouwloodsen was opgesteld, scheepsketels, stoomlocomotieven en reddingboten. In de droogdokken daarnaast lagen een paar museumschepen, en verderop was de langste nog werkende touwslagerij van Europa. 


Teruglopend langs de rivier naar de jachthaven zag ik op de wal een magere zwerfkat. Hij had een boeventronie en een gerafeld oor, en keek suffig voor zich uit. Toen ik hem riep draafde hij op mij af en begon mij kopjes te geven. Hij had geen halsbandje en naar uiteindelijk bleek ook geen chip, een zwerver dus net als ik, en hij was uitgehongerd. Ik gaf hem later op de steiger een restje vis van mijn avondeten, en prompt zat meneer de volgende ochtend onder de buiskap te wachten op zijn ontbijt. 


Toen ik het luik open schoof en naar de plenzende regen keek hoorde ik naast mij een oorverdovend gespin en kreeg ik een natte kattenkop tegen mijn oor geduwd. Zo’n aansporing kun je niet negeren, dus ik heb hem maar binnen gelaten, waar hij een warm plekje vond onder de tafel bij de verwarming, op een oude handdoek die ik speciaal voor hem had neergelegd. 


Sindsdien zijn Matroos en ik onafscheidelijk. Hij eet mee aan tafel, heeft weer vet op zijn botten, heeft zeebenen gekregen, doet keurig zijn plicht op een bak met zand achterin de kuip, gaat als een bevaren zeeman in elke haven stappen en komt altijd op tijd terug voor de afvaart. Behalve die ene keer toen hij zo lang wegbleef dat we het tij hebben gemist. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om hem achter te laten, dus ik wachtte geduldig op hem totdat hij eindelijk kwam aanlopen met zijn staart in de lucht. We zijn toen maar tegen het tij gaan varen. Het duurde wat langer dan ik had gepland, maar Matroos en ik kwamen zonder brokken thuis. 


Dus als u ooit op ons eiland komt en in de haven een oude zeilboot ziet liggen, waar een luie zwart-witte kater tevreden in de zon op het kajuitdak ligt te slapen, dan weet u dat hij het is.

 


 




zaterdag 5 juli 2025

Het congres danst

Begrijpt u de wereld van vandaag nog? Echt?


Als auteur moet ik mij verdiepen in het dagelijkse nieuws, om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gaande is. Ik zou eigenlijk liever al het nieuws mijden, zoals velen inmiddels doen die ik spreek. Het roept vooral een gevoel op van frustratie en machteloosheid over het schaamteloze gedrag van machthebbers wereldwijd.


Het Congres van Wenen


Als ik de besluiteloosheid en de politieke chicanes in Den Haag en Brussel zie, moet ik denken aan het Congres van Wenen van 1814-1815, waar maandenlang werd onderhandeld over de toekomst van Europa na de val van Napoleon in 1813. ‘Het Congres zet geen stappen, maar het danst’, klaagde de Henegouwse diplomaat Charles de Ligne, over de vele feesten en het gebrek aan daadkracht. Pas toen Napoleon in februari 1815 ontsnapte van Elba en weer de macht greep in Frankrijk alvorens bij Waterloo te worden verslagen, bleken er toch besluiten te kunnen worden genomen. 


Het Congres danst. Bron: Wikipedia


Hongaarse toestanden


Het Haagse ‘Congres’ is tot september met zomerreces en heeft na een dagenlange crisis en wat knip- en plakwerk nog even snel wat in elkaar geknutselde asielwetten door de Tweede Kamer gejast, ooit bedacht door de gesjeesde Marjolein Faber om het PVV-electoraat tevreden te stellen. Zo wordt illegaliteit strafbaar gesteld en zelfs medemenselijkheid zoals het geven van een kopje soep aan een ‘ongedocumenteerde’ medemens kan leiden tot de politie aan de deur. Hongaarse toestanden, ongetwijfeld ingegeven door de innige vriendschap tussen Wilders en Orbán. Het zal vast wel helpen om onze zelfgecreëerde asielcrisis op te lossen.


Democratie


Intussen blijven alle hoofdpijndossiers openstaan. Stikstof, woningnood, asiel, milieu, klimaat, boeren, zorg, onderwijs, vervoer, defensie. De erfenis van veertien jaar Rutte, die alles op zijn beloop heeft gelaten. Een oud-topambtenaar, Bernard ter Haar, schreef in 2021 dat de Nederlandse overheid deze eeuw nog niets substantieels tot stand heeft gebracht. De afgelopen vijf jaar hebben we onophoudelijk demissionaire kabinetten gehad en ik vrees dat er nog minstens een jaar bijkomt. Tegen de tijd dat de verkiezingen in oktober plaatsvinden, is iedereen vergeten waarom het kabinet ook alweer gevallen was en zullen de electorale leugens wel weer over de praattafels rollen. Onlangs zei iemand (ik ben vergeten wie) dat de democratie geen plotselinge, maar een langzame dood sterft. 


O ja, weet u het nog? Er zou op initiatief van de mislukte partij NSC gewerkt worden aan een Constitutioneel Hof: Nederland is het enige land binnen de EU zonder zo’n instituut dat wetgeving toetst aan de Grondwet. Een klein berichtje dat inmiddels al vergeten is: het daarvoor in het coalitieakkoord gereserveerde geld (tientallen miljoenen) gaat nu naar het gevangeniswezen. Dat is kennelijk veel belangrijker dan toetsing van het soort wetgeving dat onlangs door het parlement is gejaagd.


Poetin, Netanyahu, Trump en de ayatollahs


Om maar niet te spreken van de buitenlandse politiek, waarbij bombardementen door Poetin worden veroordeeld en bombardementen door Netanyahu doodgezwegen. Het ontbreken van sancties tegen het uitmoorden van de weerloze bevolking van Gaza is nog immer een slappe vertoning. Praten, praten, geen daden maar woorden, ondanks de overduidelijke mening van een meerderheid van de bevolking in Nederland en tweemaal een gigantische Rode Lijn in Den Haag. Praatjes vullen geen gaatjes, zei mijn opa zaliger altijd.


De Rode Lijn

De NAVO-top


Nee, we moesten Trump en zijn acolieten met alle strijkages ontvangen in Den Haag. Dezelfde Rutte die ons land naar de gallemiezen heeft gejaagd, heeft de wispelturige dealtjesjager uit het Witte Huis de voeten gekust om hem maar aan boord te houden en de NAVO te redden. Trump, die intussen aanpapt met Poetin, en die het Midden-Oosten nog verder destabiliseert door de Iraanse ayatollahs te bombarderen en Netanyahu de vrije hand te geven in Gaza. Heb je met zulke vrienden nog vijanden nodig? Brrr.


De Brusselse dodendans


Ook het ‘Congres’ in Brussel danst tot de dood erop volgt. De dood van anderen, wel te verstaan: migranten in de Libische woestijn en kinderen in Gaza. In Brussel is praten tot hoofddoel verheven van een lucratieve lobbycratie. Los van de interne Europese problematiek: hoe lang duurde het dit voorjaar niet totdat een besluit werd genomen over Europese defensie, omdat Trump een onbetrouwbare partner van Europa bleek? 


En hoe lang duurde de respons op het halfzachte verzoek van onze minister Veldkamp aan Brussel, om te onderzoeken of Israël misschien toch niet voldeed aan de voorwaarden voor het associatieverdrag met de EU? De doorslag werd gegeven door Duitsland, dat belast is met de erfzonde van Auschwitz, Dachau en Sobibor, en (alweer) splijtzwam Hongarije. Het associatieverdrag met Israël wordt voorlopig niet opgezegd. Ze praten er verder over op 15 juli.


Verwoest land. Bron: UNRWA


Veldkamp overweegt nu naar eigen zeggen Nederlandse maatregelen tegen Israël. Maar welke? Daar had hij nog niet over nagedacht, liet hij zich op 2 juli ontvallen. Zo belangrijk vindt hij het. De commerciële en politieke belangen zijn groot, en het reces komt eraan. Twee maanden vakantie voor de tere zielen van onze volksvertegenwoordigers terwijl de kinderen van Gaza worden vermoord.


De geschiedenis zal over ons oordelen.


Aanvullingen 15/23 juli: zoals verwacht is het associatieverdrag van de EU met Israël wederom niet opgeschort. Mensenrechtenorganisaties hebben woedend gereageerd. Waar blijven nu de maatregelen van Veldkamp? De hypocrisie is verbijsterend. De Tweede Kamer keert niet terug van reces om maatregelen te bespreken. Beste Kamerleden, kijk in de spiegel. Als je nog durft.