maandag 7 augustus 2023

Presentatie boek ANANSI

ANANSI TORI

Zaterdagmiddag 5 augustus 2023 organiseerde Mariska de Jong van de Stichting Ma Jong in de Bibliotheek Haarlem Schalkwijk een vertelmiddag in het kader van de dag der Inheemse bevolking van Suriname op 9 augustus.

De Haarlemse Stichting Ma Jong wil een bijdrage leveren aan de instandhouding en ontwikkeling van de culturen van de Marrons en Inheemse bevolking in Nederland en Suriname. Ze richt zich vooral op het verbinden van kwetsbare mensen. De stichting ondersteunt de ontwikkeling en groei van de lokale netwerken in Suriname en Nederland. 

Mariska de Jong en de auteur. De houten stoel is afkomstig uit Kameroen.

Het culturele evenement trok ongeveer 50 bezoekers, en de sfeer was bijzonder gezellig, mede door de muziek van Rensje Adipi, een stand met Afrisu-anisa’s (gevouwen Surinaamse hoofddoeken) van Sherida de Vlugt en drankjes en hapjes van Shemar’s Kukru. Sprekers waren Mariska de Jong, de antropoloog Dr Renzo S. Duin, Kwasi Koorndijk van Kwasi’s Sranan Consultancy en uw dienstwillige dienaar, auteur van de historische roman ANANSI. Ook enkele bezoekers namen het woord.

Rensje Adipi zorgde voor de muzikale omlijsting

Aanwezig waren tal van gezagsdragers uit het traditioneel gezag van de Marrons, ondermeer Basiya Magda Pinas van de Okanisi, voormalig Basiya Juan Jonas uit Rotterdam en King Iva van stichting Royal Fiiman Paansu Nederland, die sprak bij het traditionele plengoffer. 

Plengoffer onder toeziend oog van traditioneel gezag

Vervolgens sprak Renzo Duin over de vroege contacten tussen de van de plantages gevluchte slaafgemaakten en de inheemse bevolking. Hij heeft hiernaar jarenlang onderzoek gedaan in de Guyana’s en Suriname. 

Renzo Duin spreekt over historische contacten tussen Marrons en Inheemsen

Tevens werd het Surinaamse volkslied gezongen zoals oorspronkelijk geschreven in het Sranantongo door Julius (‘Papa’) Koenders. Uitleg hierover werd gegeven door Kwasi Koorndijk die zich bezig houdt met het behoud en onderwijs van de Surinaamse taal en cultuur. Daarna werd het huidige volkslied Opo Kondre Man Un Opo (God zij met ons Suriname) gezongen, zoals dat in 1959 is vastgesteld door de Staten van Suriname en geschreven is door Henri de Ziel (Trefossa). Een nazaat van hem, zijn nicht Cherida de Ziel, gaf hierover uitleg.

presentatie

Na deze inleiding gaf ik een korte presentatie over de oorsprong en betekenis van de Anansi-verhalen, hoe deze uit Afrika naar Suriname zijn gekomen en hoe ze op de plantages bleven voortbestaan. De presentatie werd voorafgegaan door een filmpje over kinderen in het dorp Tamarin langs de Cottica-rivier, die in de Aucaanse taal een Anansi-verhaal vertellen. Tamarin is bijzonder omdat daar de Marrons en de Inheemsen naast elkaar woonden in één gemeenschap.


viermaal smile: Cherida, Mariska, Willemien en Henriette

Na een pauze met muziek en koffie presenteerde ik mijn roman ANANSI. Het verhaal speelt zich af in de 17e eeuw tegen de achtergrond van de slavenhandel van de WIC en de plantages in Suriname. 

Hoofdpersonen zijn de Afrikaanse vrouw Efua en de Nederlander Evert Adriaansz. Efua vertelt de verhalen van Anansi, die als een rode draad door het boek lopen. Ik heb, zoals eerder vermeld, enkele jaren onderzoek gedaan naar de historische achtergronden van het boek, ondermeer op locatie in Ghana en Suriname. 

presentatie van onderzoek naar de achtergronden van ANANSI


het publiek

Na de presentatie signeerde ik exemplaren van mijn boeken, die grif over tafel gingen. ANANSI is ook verkrijgbaar bij de boekhandel, ISBN 978 94 93245 87 7.



Tot slot was de trekking van een loterij met als hoofdprijs een Afrisu-anisa. Die werd gewonnen door een van de jongere luisteraars, tezamen met een exemplaar van ANANSI.

 

showen van de Afrisu-anisa voor de verloting

We kijken terug op een erg geslaagde middag. De presentatie kan op verzoek worden herhaald op een locatie naar keuze, wanneer u contact opneemt met de Stichting Ma Jong: info@ma-jong.org. 

foto's: M.A.Polet

dinsdag 18 juli 2023

Pushbacks op zee en in de woestijn

Twee weken geleden schreef ik over het afnemen van de menselijke identiteit tijdens de slavernij, en over de parallel met de behandeling van migranten tegenwoordig. Als toegift stond er een stukje bij over dodelijke pushbacks aan de Europese grenzen. 
 

 
Nieuwe ontwikkelingen hebben mij doen besluiten om hier een separaat artikel aan te wijden. Allereerst de veelbesproken Tunesiëdeal tegen de achtergrond van pushbacks, die ook in de woestijn plaatsvinden.

De nieuwste poging om de stroom migranten in te dammen is de Tunesiëdeal, waarin Rutte en de ultrarechtse Italiaanse premier Meloni onder het wakend oog van Ursula von der Leyen afspraken maakten met een dictator, die een zak geld krijgt en carte blanche om als poortwachter te dienen voor Europa. Waar dat toe leidt hebben we gezien in Libië, waar migranten worden opgesloten in erbarmelijke omstandigheden, misbruikt of zelfs stilletjes verdwijnen. De eerdere Turkijedeal, ook al met een autocratisch regime, heeft alleen geleid tot het zoeken van alternatieve migratieroutes, langere zeereizen en nog grotere gevaren.
 
Tot mijn verbazing en afschuw heeft de inmiddels demissionaire premier Rutte samen met Meloni en Von der Leyen de Tunesiëdeal er alsnog doorgedrukt. Hier zien we het trotse drietal, samen met de Tunesische dictator Saied, allemaal met de handjes op elkaar. Handen schudden met iemand aan wiens handen bloed kleeft. Mensenrechtenorganisaties zijn verbijsterd.
 
(bron: NOS)
 
Amnesty International: Onze regering moet de mensenrechten serieus nemen. Er zou geen deal gesloten mogen worden met een land waarvan vooraf duidelijk is dat men als financier meewerkt aan de mensenrechtenschendingen.
 
Vluchtelingenwerk Nederland: Europa maakt van Tunesië een soort doodlopende steeg voor vluchtelingen en migranten.
 
Stichting Vluchteling: ‘Met alle respect voor mensenrechten natuurlijk’, zei Rutte eerder over deze deal met een man die oppositie achter tralies zet, oproept tot geweld tegen migranten, media en hulporganisaties het leven zuur maakt, mensen zonder water in de woestijn achterlaat. Natuurlijk. 

Deportatie van migranten uit de Tunesische haven Sfax. Deze mensen zouden zijn gedropt in de woestijn. bron: NOS.

Het bloed aan de handen van Saied is geen verzinsel. Tunesië heeft een slechte naam op het gebied van mensenrechten en discriminatie: na de aanvankelijke democratisering van enkele jaren geleden is het land nu in de ijzeren greep van Saied, die in zijn land actief bezig is met een racistische agenda: stemmingmakerij tegen zwarte migranten. Waar dat toe leidt, bleek onlangs, toen journalisten van Al-Jazeera honderden mensen vonden die zonder voedsel, water of beschutting in het niemandsland aan de Libische grens waren gedropt door de Tunesische autoriteiten. 
 
Migranten, door Tunesië gedropt in de woestijn (bron: NOS)
 
Bij de Libische grens werden ook gisteren weer mensen gevonden die er door het Tunesische leger waren gedropt, nadat zelfs hun paspoorten waren afgenomen. 
 
Maar demissionair premier Rutte beweert dat er voldoende garanties zijn gegeven voor het bewaken van de mensenrechten. Natuurlijk. Over drie maanden heeft hij er geen actieve herinnering meer aan. 

EDIT 2 augustus 2023: eindelijk wordt de Tweede Kamer wakker. Door de CU zijn vragen gesteld aan het demissionaire kabinet over de mensenrechtenschendingen, en of Nederland daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. Het ministerie van Justitie en Veiligheid verwijst naar Buitenlandse zaken. Daar blijft het vooralsnog stil. De Belgische Staatssecretaris voor Asiel, Nicole de Moor, heeft de Europese Commissie opgeroepen om de mensenrechten in Noord-Afrika beter in de gaten te houden. 

Pushbacks op zee

Ook buurland Libië heeft een slechte naam als gevolg van talloze pushbacks en andere mensenrechtenschendingen. Het meest recente incident is de beschieting tijdens een reddingsactie van vluchtelingen op 11 juli. Er zijn aanwijzingen dat de door de EU gefinancierde Libische kustwacht samenwerkt met mensensmokkelaars en is geïnfiltreerd door criminelen. Dit wordt letterlijk toegegeven door de Eurocommissaris voor migratie. Desondanks wordt dit niet aangepakt. Kennelijk komt het de EU wel uit dat Libië de deur dichthoudt.
 
dekking zoeken tegen Libische kogels (bron: NOS)

Het drama van het rampschip bij Griekenland

Dan Griekenland, waar het al jaren verkeerd gaat. Alweer waren laatst de vreselijke gevolgen van de pushbacks van migranten in de Middellandse Zee in het nieuws. Honderden mensen verdronken jammerlijk in een schip dat vermoedelijk door de Griekse kustwacht versleept zou worden naar Italiaanse wateren. Voor mij als oud-stuurman is het klip en klaar: het schip was overladen en onstabiel, en als je daaraan verkeerd gaat trekken met een sleeptros, trek je het ondersteboven. Moet je zien hoe vol dat scheepje was:
 
het rampschip dat onlangs bij Griekenland is vergaan

Pushbacks zijn onwettige acties van Europese overheden om migranten terug te sturen naar de plaats vanwaar zij hun reis zijn begonnen, of naar zee. Onwettig, omdat zij tegen de internationale rechtsorde zijn zoals vastgelegd in vluchtelingenverdragen en het maritiem recht, en veelal leiden tot verlies van mensenlevens. De betrokken overheden wijzen altijd op mensensmokkelaars als de oorzaak van het probleem, daarbij hun eigen rol ontkennend. In het geval van het gezonken schip met 700 mensen aan boord ligt nu de Griekse kustwacht en de dubieuze rol van Frontex onder het vergrootglas. Wat natuurlijk in alle toonaarden wordt verdoezeld en ontkend.

Nieuwe informatie wijst op een bedenkelijke rol van de Griekse kustwacht. De Grieken hebben de overlevenden onder druk gezet om hun mond te houden. In het NOS-artikel worden interviews van de BBC met overlevenden aangehaald: 
 
Twee overlevenden waarmee de BBC sprak bevestigen dat de kustwacht de Adriana probeerde weg te slepen. "Ze maakten een touw vast aan de linkerkant. Iedereen ging naar rechts om hem in balans te houden. Het Griekse schip voer snel weg waardoor onze boot omsloeg", aldus een van hen. Volgens de BBC is dat in de rechtbankstukken door vijf getuigen bevestigd.

Eenmaal aan land moesten de overlevenden hun mond houden over wat ze hadden gezien. "Toen mensen zeiden dat de kustwacht de ramp had veroorzaakt, moest de tolk tegen de ondervraagde zeggen dat deze zijn mond moest houden", zei de andere getuige waarmee de BBC sprak. "Jullie hebben het overleefd! Hou je mond erover! Stel geen vragen meer", zou tegen hen zijn geschreeuwd.

Europol gaat de Griekse overheid ‘helpen’ om de toedracht boven water te krijgen. Wat daarvan terecht gaat komen moeten we afwachten.

Korte-termijn denken verschuift alleen het probleem

Betekent dit dat we de niet aflatende vluchtelingenstroom dan maar moeten accepteren, ondanks alle sociale gevolgen? En moeten we maar een oogje dichtknijpen voor de activiteiten van mensensmokkelaars? Natuurlijk niet, want de meeste mensen die hun geboorteland ontvluchten worden hier doodongelukkig en het opvangprobleem wordt steeds maar groter. Maar alle politiek gemotiveerde deals met repressieve regimes hebben alleen kortdurend effect. Er is staatsmanschap nodig om een oplossing te vinden waar de wereld op lange termijn iets aan heeft. Staatsmanschap is helaas tegenwoordig ver te zoeken.

Ik herhaal nog maar eens wat ik laatst al schreef:

Gesloten grenzen, pushbacks en foute deals met repressieve regimes gaan het tij niet keren. Er is visie nodig. Geef dus geen zak geld aan foute regimes om als poortwachter voor Europa te dienen, maar investeer in werkgelegenheid en kansen voor iedereen in Afrika. Uiteindelijk zet alleen dat de rem op de migratie, de mensenhandel en de sterfte op zee en in de woestijn.

zaterdag 1 juli 2023

Over identiteit

Gebroken Ketenen

Vandaag, 1 juli 2023, vieren we met Keti Koti het einde van de slavernij in Suriname en het Caribisch gebied, effectief 150 jaar geleden. Ik was gisteren (30 juni) in de grote kerk in Haarlem bij de onthulling van het teruggevonden graf van Susanna Dumion, een Surinaamse vrouw die als huisslavin in 1753 door haar eigenaar werd meegenomen naar Nederland en een zeer hoge leeftijd bereikte: zij overleed in 1818 op 105-jarige leeftijd. Haar leven is na 200 jaar onderzocht, waarmee een onbekende vrouw haar Afro-Surinaamse identiteit terugkreeg. 
 
Mariska de Jong, voorzitter van het Comité 30 juni - 1 juli te Haarlem, werkt aan een boek over Susanna Dumion.
 
 
kranslegging op het graf van Susanna Dumion


Identiteit is een sleutelwoord in het slavernijverleden, want een van de kenmerken van de slavernij was het afnemen van de identiteit van mensen, die sterk leunden op de mondelinge traditie van hun voorouders. De verbinding met hun Afrikaanse afkomst werd opzettelijk doorgesneden, met gevolgen niet alleen voor de mensen zelf, maar ook voor de samenleving waaruit zij afkomstig waren.

Ontwrichting

Onlangs werd historicus Martin Bossenbroek geïnterviewd in Buitenhof, naar aanleiding van zijn nieuwe boek De Zanzibar Driehoek, over de slavenhandel aan de Afrikaanse oostkust. Ergens in dat interview noemde hij, als ik mij goed herinner, ook de ontwrichting van traditionele Afrikaanse samenlevingen als gevolg van de eeuwenlange slavenhandel. Zou die ontwrichting ook een oorzaak kunnen zijn van de hedendaagse migratiegolf?
 


Ik heb verschillende romans geschreven, waarvan De Batavier zich afspeelt tegen de achtergrond van migratie in de Middellandse Zee. Mijn laatste boek (Anansi) is een historische roman met de slavernij als thema. Ik was dus benieuwd naar overeenkomsten en verbanden tussen de eeuwenlange slavernij en de migratie over de Middellandse Zee.

Ontmenselijking is van alle tijden

Slaafgemaakte mensen en de inheemse inwoners van koloniale gebieden werden niet gezien als mensen met hun eigen gevoelens en dromen. Zo werden zij ooit beschreven als dom, zedeloos en karakterloos. Hun identiteit werd ontkend. Dat hardnekkige beeld vatte post tussen de oren van de planters en slavenhandelaren en werd uiteindelijk gemeengoed in de Westerse samenleving. We zien de gevolgen vandaag de dag nog steeds: verborgen of openlijke discriminatie.
 

 

De parallel met de behandeling van hedendaagse migranten spreekt voor zich. Het ontkennen van hun eigen cultuur en waarden, de vernederende behandeling voordat we ze in ons ‘gave land’ toelaten. Het terugslepen naar zee van de bootjes aan onze grenzen, tegen alle internationale verdragen in.
 
de dodelijke routes richting Europa (bron: NOS)


De ontmenselijking van migranten kan niet beter worden aangetoond dan met het volgende. Als er alweer zo’n bootje vol mensen vergaat, worden de gevonden slachtoffers begraven in een anoniem graf, zonder uit te zoeken wie zij waren. Hun identiteit gaat verloren. De NOS had daar een belangwekkend artikel over:
 

Het artikel eindigt als volgt: Het is een verplichting die we als mensen naar elkaar toe hebben, maar vooral een verplichting voor Europa als gemeenschap. Als we ze hier al niet willen hebben, laten we dan ten minste respect tonen door ze een naam en gezicht te geven.

Afrika is geketend aan het verleden

Ik richt mij even op Afrika, hoewel migratie natuurlijk niet alleen vanuit Afrika plaats vindt. Volgens Marie-Laurence Flahaux en Hein De Haas (2016) is armoede op zich niet de enige motor van migratie, zoals vaak wordt gedacht. Als je arm bent, kun je niet eens reizen. De armoede ligt echter wel aan de basis van de migratie. Zodra namelijk het gemiddelde inkomen een klein beetje stijgt, blijken de mensen juist wel op reis te gaan om te proberen een beter leven te krijgen. Ze worden hier dan denigrerend ‘gelukzoekers’ genoemd, alsof dat een negatieve eigenschap is. Ik ben ook een gelukzoeker en u, beste lezer, waarschijnlijk ook.

https://comparativemigrationstudies.springeropen.com/articles/10.1186/s40878-015-0015-6

Ook binnen Afrika zelf is door armoede en geweld veel migratie, en ook Afrika kent gesloten grenzen zoals de buitengrens van Europa. Het is een universele controle-reflex van overheden.
 
Als we kijken naar het onderzoek van Nathan Nunn (2007) naar economische achterstand in Afrika, dan blijkt dat 20 jaar geleden het gemiddelde jaarinkomen daar slechts 40% was van dat elders in de Derde Wereld. In sommige landen gaat het momenteel wat beter, maar die kleine verbetering jaagt blijkbaar ook de migratie aan.
 
 
Jamestown, Accra, Ghana, 2012

 
Wat opvalt, en nu kijken we naar de link met de slavenhandel, is dat volgens Nunn in gedeelten van Afrika waar de slavenhandel het sterkst was, de economische achterstand het grootst is geworden.
 
De rekening gepresenteerd?
 
Dus in zekere zin krijgt Europa de rekening van de slavenhandel uit het verleden gepresenteerd, doordat Afrikanen uit door de slavenhandel verarmde streken, die met veel moeite in staat zijn een mensensmokkelaar te betalen, nu bij ons aan de deur kloppen.

https://scholar.harvard.edu/nunn/files/hup_africa_slave_trade10.pdf (Nathan Nunn)

Daarnaast blijken mensen in sommige gebieden van Afrika erg wantrouwig tegenover hun medemens en vooral tegenover overheden. Autoriteiten worden gezien als de vijand, waar ik ook wel een beeld bij heb... Dat heeft zijn effect op het ontduiken van allerlei overheidsinstanties bij hun migratie, en mogelijk ook op de overlevingskans als ze een mensensmokkelaar in de arm nemen.
 
Nunn heeft aangetoond dat ook dit samenhangt met de slavernij: er is in Afrika vooral veel onderling wantrouwen waar veel slavenhandel was.

https://dash.harvard.edu/bitstream/handle/1/11986331/nunn-slave-trade.pdf (Nathan Nunn)

Tot slot


Ik ken een Ghanese familie, die met veel moeite een van hun zoons heeft laten studeren. Nu heeft die jongen een diploma als ICT-er, maar een baan vinden is in Afrika alleen voorbehouden aan wie de juiste connecties heeft. Hij solliciteert zich wezenloos, maar zonder succes. Zulke jongeren lopen groot risico om te eindigen als migrant.

Heb ik er een pasklare oplossing voor? Ik heb er niet voor gestudeerd, maar mijn gezond verstand zegt dat je migratie bij de bron moet aanpakken. Gesloten grenzen, pushbacks en foute deals met repressieve regimes gaan het tij niet keren. Er is visie nodig. Geef dus geen zak geld aan foute regimes om als poortwachter voor Europa te dienen, maar investeer in werkgelegenheid en kansen voor iedereen in Afrika. Uiteindelijk zet dat de rem op de migratie, de mensenhandel en de sterfte op zee.

Wij kijken vandaag, 1 juli 2023, met afschuw terug op de slavernij. Maar hebben we de les geleerd? Zal er over honderdvijftig jaar niet met evenveel afschuw worden teruggekeken op de wijze waarop Europa nu omgaat met migranten? Weer excuses en een nieuw soort Keti Koti?

maandag 12 juni 2023

ANANSI gepubliceerd

Het riviertje nam de wijsheid die Anansi had verzameld mee naar de zee, die alles verspreidde over de hele wereld, en zo komt het dat een klein beetje wijsheid in ons allen voortleeft.

Vandaag, 12 juni, is mijn vierde roman ANANSI gepubliceerd bij Uitgeverij Palmslag.


Op de achterzijde van het boek staat een korte introductie:

Al eeuwenlang zijn in West-Afrika verhalen verteld van de slimme spin Anansi. Als jong meisje heeft Efua ze van haar oma geleerd. Maar haar dorp is niet veilig en Efua wordt, evenals zo vele anderen, geroofd en verkocht op de slavenmarkt van Elmina. In Elmina ontmoet zij de Nederlandse zeeman Evert, die haar met respect aanspreekt en ziet wie zij echt is.  

Efua draagt Anansi met zich mee: in de kerkers van Fort Elmina, in de armen van haar geliefde, in het duister van het slavenschip en in het oerwoud van Suriname.  

'Anansi' gaat over de verschrikkingen van de slavenhandel en de Surinaamse plantages, over Caribische piraten, orkanen en de ontberingen van de zeevaart in lang vervlogen tijden. Een verhaal voor liefhebbers van de zee, van verre landen, historie en spanning. 'Anansi' is bovenal het verhaal van twee jonge mensen, de een zwart en de ander wit, die elkaar niet willen loslaten in weerwil van wrede vervolging. 

In de komende tijd worden verschillende presentaties gepland van het boek, de eerste naar verwachting in augustus. Ik zal daar te zijner tijd over berichten.

Ook de Engelse editie van ANANSI is in vergevorderd stadium. De drukproef is al aangekomen en wordt nu gecorrigeerd. Publicatie volgt zodra ook de digitale editie beschikbaar is. Hier is alvast de cover:

 

Later meer.

zaterdag 22 april 2023

ANANSI – Vooraankondiging

Nog anderhalve maand resteert tot de publicatie van mijn nieuwe boek ANANSI. De publiciteitscampagne is al in voorbereiding en de uitgever is bezig met de laatste vormgeving en de coverfoto. Die wordt gebaseerd op de onderstaande foto, maar wel met wat aanpassingen. Dat was nog een hele discussie, maar je moet een vormgever ook een beetje zijn ding laten doen!

De Surinamerivier bij zonsopkomst

 

Er is geen boek dat mij uiteindelijk zoveel hoofdbrekens heeft gekost als Anansi. Toen ik vorig jaar in Paramaribo werd geïnterviewd door een journaliste van De Ware Tijd, vroeg zij mij of ik de slavernij niet te veel zou romantiseren. ‘Maak je geen zorgen,’ zei ik, ik neem geen blad voor de mond.’ En dat heb ik ook niet gedaan, want ik heb geprobeerd een eerlijk verhaal te schrijven, zonder de verschrikkingen van het verleden kleiner te maken dan ze waren.

Dilemma’s en het krachtenveld

En daarmee zijn we direct beland in de dilemma’s waarmee je als auteur wordt geconfronteerd bij het schrijven van een verhaal als dit. Anansi is geen geschiedenisboek, maar een historische roman over een rebelse zeeman en een slaafgemaakte vrouw, die zich onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken voelen. Ik wilde vooral een mooi verhaal schrijven, en veel ervan is fictie, maar je moet de historische achtergrond nooit uit het oog verliezen.

Je moet wel eerlijk blijven in je keuzes en je huiswerk doen. De realiteit van het slavernijverleden is lastig te doorgronden, enerzijds door de tussengelegen honderden jaren, maar ook door de gevoeligheid van het onderwerp en het verhitte debat daarover, waarin de meningen vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Door je huiswerk te doen kun je daar een onderbouwde mening over vormen, en met enige tact en bescheidenheid is het meestal wel mogelijk om je in dat krachtenveld te bewegen.

Ik geef toe dat ik daar aanvankelijk nogal naïef in zat. Zo had ik de illusie dat je in een historische roman over dit thema misschien wel voorzichtig moest omspringen met je woordgebruik, maar dat bijvoorbeeld het woord ‘slaaf’ in de historische context niet al te zwaar zouden wegen. Tenslotte gebruikt de ‘grande dame’ van de Surinaamse literatuur Cynthia McLeod dat woord ook in haar boeken.


Ik kwam echter van een koude kermis thuis, want ik kreeg het dringende advies om dat toch maar aan te passen. Dus op de valreep ben ik twee dagen bezig geweest om het manuscript grondig te kuisen. Ik denk dat het aardig gelukt is, en misschien is het boek er wel beter door geworden, zonder het Nederlands teveel geweld aan te doen.

Desondanks heb ik mij af en toe afgevraagd of ik dit boek wel had moeten schrijven. Maar waarom niet? Ik heb het slavernijverleden diepgaand onderzocht en mijn conclusies getrokken. De afschuw die ik voelde in de kerkers van fort Elmina, bij de historische afbeeldingen van het tussendek van een slavenschip en de wreedheden op de plantages, en niet te vergeten de talloze publicaties en historische reisverslagen die ik heb doorgelezen, vroeg om een uitlaatklep.

De voorouders van de meeste Surinamers waren niet vrij zoals de mijne, tenzij zij de plantage ontvluchtten en kozen voor een onzeker leven in de wildernis. Veel Surinamers voelen zich sterk met hun voorouders verbonden en ik kan mij nauwelijks voorstellen wat het betekent als je betovergrootmoeder eigendom was van een zakenman, die haar straffeloos kon verkrachten of laten doodslaan.

 

Wie over de slavernij wil lezen, kan ik Wij slaven van Suriname aanraden, het boek uit 1934 van Anton de Kom, de Surinaamse auteur en Nederlandse verzetsman die sinds kort in de Canon van Nederland staat. Zijn moeder was nog in slavernij geboren en Anton de Kom vertolkte gevoelens die nog steeds bij vele Surinamers leven.

Volgens R.S. Rattray worden de West-Afrikaanse volksverhalen over de spin Anansi vooral ’s avonds bij donker verteld. Vaak hebben ze een morele boodschap of wordt er iemand in voor schut gezet. Daarom begint de verteller meestal met de disclaimer dat het niet meer dan een gerucht is dat hij toevallig heeft gehoord.

Evenals de vertellers over Anansi ontkom ook ik niet aan een disclaimer, want in de anderhalf jaar waarin ik Suriname heb bestudeerd, ben ik tot hooguit een fractie van de cultuur en de geschiedenis van het land doorgedrongen. Ik heb met dit verhaal alleen de verbinding gezocht, en of mij dat is gelukt, is aan u als lezer om te beoordelen. 

Hieronder is de videotrailer voor ANANSI:


Anansi verschijnt naar verwachting op 12 juni bij uitgeverij Palmslag, ISBN 978 94 93245 87 7.

Beknopte literatuurlijst

A. Kappler, 6 jaren in Suriname, Schetsen en tafereelen uit het maatschappelijke en militaire leven in deze kolonie. W.F. Dannenfelser, Utrecht 1854, De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, DBNL 2006

Anton de Kom, Wij slaven van Suriname, ISBN 978 9045 041094

Anton de Kom, Anangsieh Tories, ISBN 978 9045 045887

Gert Oostindie, Het paradijs overzee, ISBN 978 9067 181792

Karwan Fatah-Black, Sociëteit van Suriname, ISBN 978 9462 491625

Karwan Fatah-Black, Slavernij en beschaving, ISBN 978 6026 355028

Leo Balai, Slavenschepen van de West-Indische Compagnie (over de ramp met de Leusden), ISBN 978 90 5730 7294

P.C. Emmer, De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop, ISBN 978 9044 648508

Jos Fontaine, Zeelandia, de geschiedenis van een fort. Suriname en zijn historie deel 1, De Walburg Pers, Zutphen 1972

Herwin Hooplot, artikel over het Staatstoezicht in district Coronie: https://coronie.eu/wordpress/2017/06/staatstoezicht-slavernij-coronie-1863-1873/, bron: Op hoop van vrijheid. Van slavensamenleving naar Creoolse gemeenschap in Suriname, 1830-1880. (ISSN 0922-3630 SN 18). Dr. Ellen Klinkers, 1997

Akan-Ashanti Folk-Tales. Collected and translated by R.S. Rattray and illustrated by Africans of the Gold Coast Colony, 1930 (extract op Wikipedia)

Jane Harris, Sugar Money, ISBN 978 0571 336937

Cynthia McLeod, Hoe duur was de suiker, ISBN 978 9054 294481

John Gabriel Stedman, Reize naar Surinamen, https://nl.wikisource.org/wiki/Reize_naar_Surinamen_en_Guiana

Diverse andere bronnen over Ghana, de WIC en de slavenhandel op internet

 

zondag 2 april 2023

Slavenhandel en de Republiek

Dit is weer een post over mijn onderzoek naar de achtergronden voor mijn nieuwe boek ANANSI, dat in juni a.s. zal worden gepubliceerd.

Rond 1600 was Nederland in oorlog met Spanje en Portugal. Slavernij was bij wet verboden in Nederland, maar niet op het Iberisch schiereiland en in de Spaanse en Portugese koloniën. Nederland had rond 1600 nog geen koloniën, maar dat zou snel veranderen na de oprichting van de VOC in 1602. De oorlog met Spanje en Portugal werd tussen 1609 en 1621 in de ijskast gezet (het Twaalfjarig Bestand), een periode waarin de Nederlandse overzeese handel tot bloei kwam en vele gebieden in Azië werden gekoloniseerd. De VOC was grotendeels een militaire organisatie gericht op verdrijving van de Portugezen uit dat gebied en was gedekt door een 'octrooi', een monopolie verleend door de Staten-Generaal. Het handeldrijven ontstond pas in het kielzog van de veroveringsoorlog.

Het kanonschot, Willem v/d Velde de Jongere, 1707

Het twaalfjarig bestand kwam ten einde in 1621 en het kan geen toeval zijn dat dat het oprichtingsjaar was van de WIC, de ‘geoctroyeerde West-Indische Compagnie’. De WIC was opgezet naar het model van de VOC en was aanvankelijk eveneens een militaire organisatie, een soort huurlingenleger. Tegenwoordig zouden we de parallel trekken met de Wagnergroep! Ook de WIC was gericht op het verdringen van de Portugezen uit hun Afrikaanse en Zuidamerikaanse koloniën, wat ook ten dele gelukte. Daarbij moeten we beseffen dat er in de Atlantische Oceaan al in 1494 bij het verdrag van Tordesillas een lijn was getrokken, ongeveer op de lengtegraad van de monding van de Amazone, waardoor de Spanjaarden niet in Brazilië en Afrika mochten handeldrijven. Daardoor spreekt overigens Brazilië nog steeds Portugees...

 


De WIC verkeerde een groot deel van zijn bestaan in financiële problemen, moest in 1647 met overheidssteun worden gered en ging uiteindelijk in 1674 ten onder. Daarna werd de zaak gesaneerd en zag de tweede WIC het licht, die (naast de handel in plantageproducten) vooral op slaven- en goudhandel was gericht. De militaire expansie tegen de Portugezen en Spanjaarden was natuurlijk na de vrede van Münster van 1648 niet meer aan de orde.

Al in 1623 trof de WIC voorbereidingen voor de slavenhandel. Dat slavernij bij wet verboden was in de Republiek werd gemakshalve even vergeten. Er werd een onderzoek gedaan naar slavenhandel in Angola, waarvan de kust toen al anderhalve eeuw in Portugese handen was. Later werd langs de hele West-Afrikaanse kust gepoogd om de Portugezen eruit te werken. Luanda werd veroverd in 1643 en eerder, in 1637, veroverde de WIC na enkele mislukkingen fort Sint-George van Elmina op de Portugezen. 

Elmina zou het Afrikaanse hoofdkwartier worden van de WIC, naast diverse andere 'handelsposten'. De Portugezen deden al vanaf het begin van de 16e eeuw aan slavenhandel, maar Elmina was aanvankelijk vooral gericht op de goud- en ivoorhandel. Elmina betekent dan ook ‘de mijn’, het is gelegen aan de toenmalige Goudkust. De slavenhandel zou zich uiteindelijk vanuit Angola uitbreiden naar de Slaven-, Goud- Ivoor- en Greinkust, ruwweg het kustgebied tussen het huidige Nigeria en Senegal.

Slavenfort Elmina

Vraag en aanbod zijn de motor van elke handel, en dat gold ook voor de slavenhandel. Het voert te ver om de hele slavenhandel te bespreken in dit korte bestek en ik zal mij beperken tot het aanbod van slaafgemaakten in het gebied binnen het hedendaagse Ghana en de vraagzijde in Nederlands Brazilië, Suriname, Essequibo, Berbice en Spaans-Amerika.

Allereerst moet worden gezegd dat slavernij heel gewoon was in Afrika. Soms verkochten mensen zichzelf of hun kinderen om te ontsnappen aan schuld of armoede. De bestaanszekerheid in slavernij was kennelijk vaak groter dan daarbuiten, hoewel slaven ook in Afrika vaak slecht werden behandeld. Daarnaast was de inlandse stammenstrijd een belangrijke bron van gevangenen. Het gebied dat nu Ghana heet was grotendeels bewoond door aan elkaar verwante volken zoals de Ashanti, de Denkyira, de Akyem en de Fante. Zij spraken (en spreken) allerlei dialecten van de Akan-talengroep en hebben vergelijkbare culturen. 

 

Ashanti-nederzetting ca. 1810

Ondanks de overeenkomst tussen de verschillende Akan-volken werd er flink onderling oorlog gevoerd, waarbij we de vergelijking kunnen trekken met wat er tegenwoordig plaats heeft in het oosten van Congo en Rwanda. Onderlinge moordpartijen en slavenhalen waren aan de orde van de dag. De Ashanti waren aan het eind van de 17e eeuw bezig met een expansiestrijd onder leiding van asantehene (koning) Osei Kofi Tutu. Zijn hogepriester, de okomfo Anokye, was de drijvende kracht achter een persoonlijkheidscultus en mythologie rondom de asantehene. Door hun expansieoorlog werden de Ashanti een belangrijke leverancier van Afrikaanse gevangenen aan de West-Indische Compagnie. Ze kregen betaald met handelsgoederen, ondermeer goedkope textiel, vuurwapens, munitie en sterke drank.

Aan de vraagzijde stond de plantage-economie in het Caribisch gebied en in de vruchtbare bosrijke kustvlakten ten westen van de Amazonedelta. Zodra de geheimen van de suikerproductie door de Hollanders waren ontfutseld aan de Portugezen, werd suiker het nieuwe goud. Voor de productie was veel mankracht nodig, die werd geleverd door van overzee aangevoerde Afrikaanse gevangenen. 

aankomst van een slavenschip

Ten westen van de Amazone waren de Spanjaarden heer en meester, met uitzondering van delen van het kustgebied waar Engelse, Franse en Nederlandse koloniën waren gevestigd. Voor de aanvoer van slaafgemaakte werkkrachten naar Spaans-Amerika was een toeleverancier nodig, omdat de Spanjaarden niet zelf in Afrika mochten handeldrijven. Die toeleverancier werd de (tweede) WIC. 

De constructie zat zo in elkaar, dat een Spaanse (of soms een niet-Spaanse) handelaar een contract met de Spaanse kroon sloot, een monopolie voor slavenhandel op Spaans-Amerika. Dit asiento hield in dat de contractant mensen van een leverancier inkocht op een van de Caribische eilanden. De WIC was lange tijd die toeleverancier, met als doorvoerhaven Curaçao. Daar is overigens nog steeds een stadsdeel met de naam Asiento!


Daarnaast voer de WIC op Paramaribo en Berbice (in het huidige Guyana) om de plantages in het achterland van werkkrachten te voorzien. De WIC had weliswaar een octrooi van de Staten-Generaal, maar er werd ook illegaal gevaren door zogenaamde ‘lorrendraaijers’, smokkelaars veelal van Zeeuwse origine. De WIC had er de handen vol aan, temeer omdat de Zeeuwen niet schroomden om de patrouilleschepen van de Compagnie onder vuur te nemen!

Hoewel de failliete eerste WIC vanaf de verovering door Abraham Crijnssen op de Engelsen in 1667 het bestuur voerde over Suriname, was er een dispuut met de provincie Zeeland, die Crijnssen juist op de veroveringstocht had uitgestuurd en daarom aanspraak maakte op de kolonie. Uiteindelijk werd het dispuut beslecht door de oprichting van de Sociëteit van Suriname in 1683, die de kolonie zou kopen van de Zeeuwen. De drie aandeelhouders waren de WIC, het stadsbestuur van Amsterdam en de oud-militair Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, die ook de eerste gouverneur zou zijn namens de SvS. Hij betaalde zijn aandeel met in Amsterdam geleend geld.

Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck

Economisch gezien was de kolonie een wangedrocht. Vele Engelse planters waren uit de kolonie vertrokken naar Jamaica, onder medeneming van hun slaven. Er was dus een groot tekort aan mankracht in de kolonie, waar nieuwe Nederlandse planters arriveerden, die feitelijk de dienst uitmaakten. Er was gebrek aan alles: niet alleen mankracht, maar ook paarden, vee en voedsel. Een deel van het probleem was de eis dat de bevoorrading verplicht vanuit Amsterdam moest plaatsvinden, een aanvoerlijn van ettelijke maanden. Er mocht dus geen voedsel of vee worden aangevoerd vanuit de omliggende gebieden. 

Dat werd versterkt door de onwil van de planters om grond en mankracht ter beschikking the stellen voor de voedselproductie. De kostgrondjes van de plantagebewoners waren voor eigen gebruik en bij lange na niet genoeg om Paramaribo te bedienen. Uiteindelijk moest Van Sommelsdijck oogluikend toestaan dat Engelse schippers met voedsel, vee en paarden naar Paramaribo kwamen. Het constante voedingstekort leidde tot rantsoenering van het garnizoen, dat in 1688 in opstand kwam en Van Sommelsdijck vermoordde. 


 

De aanvoer van mankracht vanuit Afrika was ongewis. De planters kochten de schaarse werkkrachten op een veiling in Paramaribo, die werd geopend wanneer er een slavenschip aankwam. Veelal was dat ruilhandel, omdat contant geld schaars was en veel plantages slecht rendeerden. De mensen werden gekocht met een gewicht aan suiker, of soms met een ‘promesse’ op een toekomstige oogst. Door het tekort aan werkkrachten werden ze veelal afgebeuld, en sommigen smeerden hem direct het bos in, waar ze genadeloos werden achtervolgd. Er stonden zware lijfstraffen op weglopen.

plantagehuis Mariënbosch

De gemiddelde levensduur van een gezonde jonge Afrikaanse man op een plantage was 8 tot 10 jaar, wat voldoende zegt over de leef- en werkomstandigheden. Of ze dan alleen ongeschikt waren geworden voor het zware werk of echt waren overleden is niet helemaal duidelijk. Versleten mensen werden veelal vrijgelaten, ‘gemanumitteerd’ heette dat (Latijn: met de hand weggestuurd) en leidden een armoedig bestaan buiten de plantage.


De slavernij werd vooral in stand gehouden door aandeelhouders en afwezige plantage-eigenaren, die dachten veel te verdienen aan de suiker en andere tropische producten. Ik heb er geen concrete aanwijzingen voor kunnen vinden, maar ik heb nog een andere hypothese, namelijk dat de winst zat in de tussenhandel, m.a.w. het vervoer en de raffinage van de producten. De suiker, koffie en indigo die op de plantages werden geproduceerd zouden weleens net zo'n slechte prijs kunnen hebben gekregen als de hedendaagse koffieboeren in Midden-Amerika. En Fair Trade bestond toen nog niet...

De WIC en de SvS werden opgeheven na het ontstaan van de Bataafse Republiek in 1795. Helaas gingen na 1815 de planters met toestemming van de Staat der Nederlanden doodleuk door op dezelfde weg van uitbuiting en vernedering.

Wordt vervolgd.