Het moet geen gewoonte worden om politiek getinte posts te schrijven, dat is niet de bedoeling van mijn auteursblog.
Ik kan echter mijn mond niet houden, want de geschiedenis herhaalt zich, en in de overtreffende trap. Enkele jaren geleden was de belegering van Oost-Aleppo en de daaruit ontstane vluchtelingenstroom voor mij mede een aanleiding om De Batavier te schrijven.
Nu is eenzelfde ramp gaande in de Syrische provincie Idlib. En terecht schrijven twee Syrische vluchtelingen in NRC Next van maandag 2 maart dat de stilte rond Idlib moet worden doorbroken. Zij heten Mohammed Kanfash en Ali al Jasem en zijn ondermeer werkzaam geweest bij humanitaire organisaties zoals UNHCR en AzG.
Nog onlangs zag ik de hartverscheurende documentaire For Sama, gemaakt van filmbeelden van Waad al-Kateab uit Aleppo, enkele jaren geleden. In haar documentaire zie je de Russische straaljagers met verstelbare vleugels (zie foto) burgerdoelen in Aleppo bestoken en zie je van dichtbij wat er gebeurt als een raket inslaat in een ziekenhuis. Niemand in de zaal hield het droog tijdens het zien van de beelden.
Op dit moment gebeurt hetzelfde in Idlib, waar honderdduizenden gewone mensen als u en ik gevangen zitten tussen de troepen van Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten, en de Turkse invasiemacht die weer andere groeperingen in de burgeroorlog steunt.
De UNHCR luidt de noodklok over de humanitaire ramp die zich voltrekt.
De stilte waarop de auteurs van het artikel in NRC Next zinspelen heeft betrekking op de ijzige stilte, die de westerse wereld aan de dag legt. Er vindt een genocide plaats, er zijn een miljoen mensen op de loop voor het geweld. Het is winter in de bergen en de vluchtelingen leven in erbarmelijke omstandigheden, vastgelopen tegen de Turks-Syrische grens, die op slot zit.
Turkije heeft weliswaar al 4 miljoen vluchtelingen opgenomen, maar speelt nu zelf een kat- en muisspel met de onwillige EU, die geen hand meer uitsteekt om hulp te bieden. De Turkse overheid beweert dat de grens met Griekenland open is, wat niet klopt omdat de Grieken hem blokkeren. Aan de Griekse grens zitten inmiddels duizenden mensen vast in het winterse niemandsland, waar ze verstoken zijn van hulp en bestookt worden met Grieks traangas.
Waar het vluchtelingen betreft zijn de Grieken het ‘afvoerputje’ geworden van de EU, die Griekenland opscheept met het vluchtelingenprobleem. Dat geldt ook voor Nederland, waar het kabinet op zijn handen zit en in diplomatieke zin eigenlijk alles uit de kast zou moeten trekken om een eind te maken aan het geweld en de helpende hand te bieden bij de vluchtelingenstroom.
De desinteresse geldt niet alleen de politiek, maar ons allemaal. Er wordt door de auteurs in NRC Next terecht gevraagd waarom giro 555 wel werd geopend voor de bosbranden in Australië, een rijk land dat zelf voldoende resources heeft, maar niet voor een grootschalige actie ten behoeve van de humanitaire ramp in Idlib. In plaats daarvan zijn we alleen maar druk met de dagelijkse sensatie over Corona, terwijl er aan de grenzen van de EU op dit moment kinderen doodvriezen in de winterkou.
Zoals ik al drie jaar geleden schreef in mijn naschrift in De Batavier: Ik vrees dat de geschiedenis een oordeel zal vellen over de EU en over wat onze generatie heeft aangericht.
maandag 2 maart 2020
zondag 26 januari 2020
Nieuw boek
Een raadselachtige geschiedenis
Als vader en zoon Brouwer in het vroege voorjaar een zeiltochtje maken naar Vlieland met hun zeilboot 'Windvaan', doen ze op de thuisreis een gruwelijke vondst: een dode jongeman die ronddrijft in een deels leegelopen reddingvest. Reanimatie baat niet en nadat ze de reddingboot hebben gebeld om de dode jongen mee te nemen krijgen ze het verzoek om naar Harlingen te varen voor een gesprek met de marechaussee. Diezelfde avond komt een jonge vrouw aan boord vragen naar de drenkeling.
In de daaropvolgende weken krijgen de hoofdpersonen te maken met een nietsontziende bende mensensmokkelaars, die op de Waddenzee actief is met een oude trawler. De autoriteiten blijven er doof voor totdat het te laat is en er meer slachtoffers vallen.
Dit is een korte introductie tot mijn nieuwe roman Het Transport, die naar verwachting dit najaar zal verschijnen bij uitgeverij Palmslag.
Een van de inspiratiebronnen voor het boek is een spionageverhaal van 120 jaar geleden: The Riddle of the Sands, van Erskine Childers, een Brits-Ierse zeiler en auteur, die in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog met zijn zeilboot 'Asgard' op de Duitse Wadden en de Oostzee heeft gevaren.
Childers zelf heeft een bewogen leven geleid. Hij diende in het Engelse leger tijdens de Boerenoorlog en bij de Britse marine tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij verhuisde in 1919 naar Dublin en speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen over de Ierse onafhankelijkheid. Het resulterende verdrag met de Engelsen werd binnen de Ierse leiding betwist en leidde tot de Ierse burgeroorlog van 1922-1923, waarin Childers uit onvrede de zijde koos van de opstandelingen. Helaas kostte dat hem zijn leven: hij werd door het leger van de Ierse Vrijstaat gearresteerd en door een militaire rechtbank ter dood veroordeeld.
Scheepvaartberichten uit 1976
Intussen heb ik een nieuwe reisbeschrijving toegevoegd aan mijn zeevaartherinneringen: een reis op de wilde vaart, gemaakt in 1976 met het ms 'Amstelpark'. Ik zat bijna zeven maanden aan boord en de reis voerde mij ongeveer de halve wereld rond.
Als vader en zoon Brouwer in het vroege voorjaar een zeiltochtje maken naar Vlieland met hun zeilboot 'Windvaan', doen ze op de thuisreis een gruwelijke vondst: een dode jongeman die ronddrijft in een deels leegelopen reddingvest. Reanimatie baat niet en nadat ze de reddingboot hebben gebeld om de dode jongen mee te nemen krijgen ze het verzoek om naar Harlingen te varen voor een gesprek met de marechaussee. Diezelfde avond komt een jonge vrouw aan boord vragen naar de drenkeling.
![]() |
| Een verdachte ontmoeting in de mist |
In de daaropvolgende weken krijgen de hoofdpersonen te maken met een nietsontziende bende mensensmokkelaars, die op de Waddenzee actief is met een oude trawler. De autoriteiten blijven er doof voor totdat het te laat is en er meer slachtoffers vallen.
Dit is een korte introductie tot mijn nieuwe roman Het Transport, die naar verwachting dit najaar zal verschijnen bij uitgeverij Palmslag.
Een van de inspiratiebronnen voor het boek is een spionageverhaal van 120 jaar geleden: The Riddle of the Sands, van Erskine Childers, een Brits-Ierse zeiler en auteur, die in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog met zijn zeilboot 'Asgard' op de Duitse Wadden en de Oostzee heeft gevaren.
| Erskine Childers en zijn vrouw Molly aan boord van hun zeilboot ca. 1910 |
Childers zelf heeft een bewogen leven geleid. Hij diende in het Engelse leger tijdens de Boerenoorlog en bij de Britse marine tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij verhuisde in 1919 naar Dublin en speelde een belangrijke rol in de onderhandelingen over de Ierse onafhankelijkheid. Het resulterende verdrag met de Engelsen werd binnen de Ierse leiding betwist en leidde tot de Ierse burgeroorlog van 1922-1923, waarin Childers uit onvrede de zijde koos van de opstandelingen. Helaas kostte dat hem zijn leven: hij werd door het leger van de Ierse Vrijstaat gearresteerd en door een militaire rechtbank ter dood veroordeeld.
Scheepvaartberichten uit 1976
Intussen heb ik een nieuwe reisbeschrijving toegevoegd aan mijn zeevaartherinneringen: een reis op de wilde vaart, gemaakt in 1976 met het ms 'Amstelpark'. Ik zat bijna zeven maanden aan boord en de reis voerde mij ongeveer de halve wereld rond.
![]() |
| Een stormachtige passage op de Atlantische Oceaan |
We vertrokken begin januari uit Polen nadat we de vastgevroren trossen van het dek hadden gewrikt. De twee weken daarna werden we gebeukt door elke storm die de winterse oceaan op ons af kon sturen. De scheepsleiding moest zo nodig met de korte grootcirkelroute boven Schotland langs, waar je alleen maar meer slecht weer tegenkomt en zodoende langer onderweg bent. Ten westen van het eiland Rockall, even voorbij Schotland, maakten we twee dagen lang ongeveer 60 mijl per dag... dwars uit!
dinsdag 24 december 2019
Een kerstvertelling
Met de kerst in
aantocht worden we bevangen door herinneringen en emotie. Opeens denken we aan
oude vrienden die we het hele jaar niet hebben gesproken, maar die we toch nog
immer als vrienden zien. We worden overvallen door een collectief goed gevoel,
alsof we iets goed te maken hebben voor het voorbije jaar, waarin echt niet altijd
alles even goed was.
Ondanks alles
is de nostalgie onontkoombaar, hij doet ons denken aan lang vervlogen
kerstdagen en belevenissen die daarmee samenhangen. Kerstmis is voor mij
onverbrekelijk verbonden met een spookverhaal van Charles Dickens uit 1843, A
Christmas Carol, het verhaal van de gierige Ebenezer Scrooge, die de wereld
haat en in de kerstnacht bezocht wordt door geesten, waarna hij zijn leven
betert en zijn ogen opent voor de armoede om hem heen.
In dat opzicht
is er sinds 1843 niet veel veranderd. Het is een beetje wrang als we denken aan
een wereld vol armoede, vluchtelingen en ontheemde mensen, die alle rechten
zijn ontnomen en geen enkele reden hebben tot feestvieren. Denk eens aan hen
als u aan tafel zit.
![]() |
| Albert Finney en Alec Guinness als Scrooge en Marley |
Ik heb het
verhaal van Dickens onlangs opnieuw gelezen in een Engelse uitgave, die deel
uitmaakt van mijn verzameling van geschriften van Dickens. Maar ik maakte ermee
kennis in januari 1976 midden op de noordelijke Atlantische Oceaan, in stormweer, onderweg vanuit Gdansk in Polen naar Baltimore aan de oostkust van
de Verenigde Staten, in de bulkcarrier Amstelpark, waarop ik als derde
stuurman voer.
Zoals
gebruikelijk had het schip een filmkist aan boord met drie 16 mm geluidsfilms,
die zowat het enige vertier waren op zo’n schip. Die kisten werden vaak in een
haven geruild met andere schepen, en zo hadden we bijna elke week film. Op de Amstelpark
bevatte de filmkist tijdens die oversteek de verfilming uit 1970 van A Christmas Carol, met in de hoofdrollen Albert Finney en Alec Guinness als
Scrooge en de geest van zijn compagnon Marley. We hebben hem wel drie keer
gedraaid.
![]() |
| Stormweer in de Atlantische Oceaan, m.s. Amstelpark, 1976 |
Het was zulk
slecht weer, dat iemand van ons tijdens de film de projector moest vasthouden
omdat hij bijna van tafel viel, zo erg stond die boot op zijn kop, en ik weet
nog steeds niet of hij de projector vast hield of the projector hem. Wel
herinner ik mij, dat we elkaar in de dagen daarna in de accommodatiegangen van
het schip steevast spookachtig ‘Scroooooge!’ toeriepen - het werd bijna een
gevleugeld woord op die boot.
Gisteravond heb
ik met een van mijn zoons die film opnieuw gezien, op een oude DVD van slechte
kwaliteit. Vroeger werden ze er gek van dat ik telkens met Kerst die film weer
wilde draaien, maar nu hadden we de grootste lol.
Vanavond is
Kerstavond, de traditionele feestavond in Engelssprekende landen. Ik wens u
allen een goede kerst, en wie op zee zit en dit misschien leest, een behouden
vaart.
donderdag 28 november 2019
Fictie en de harde realiteit
Soms zie ik iets uit de realiteit dat een direct verband
heeft met een van mijn boeken. Gisteren was in het nieuws een aankondiging van
de documentaire For Sama, gefilmd door Waad al-Kateab in Aleppo in Syrië
in de jaren 2011-2016, en gepresenteerd op het IDFA filmfestival. Ik heb direct
de trailer van de film bekeken op Youtube.
![]() |
| Waad al-Kateab en dochter Sama |
De beelden deden mij denken aan een episode uit mijn
boek De Batavier, die beschrijft wat er gebeurt met de tweede hoofdpersoon, Leila Hammadi:
...Ze
hoorde de helikopter niet komen, die in het donker op de aangewezen positie
ging hangen en een vatbom liet vallen. Een oorverdovende dreun deed het gebouw
schudden, dat onmiddellijk vol met stof en rook stond. Waar de bom was
ingeslagen brak brand uit, maar ernstiger was dat het reeds verzwakte gebouw
begon te kraken en te wankelen.
Leila
was wakker geschrokken van de explosie en keek hoestend en gedesoriënteerd rond
in de stofwolk, terwijl ze overeind probeerde te komen. De enige lamp in de
kamer scheen met een roodachtig schijnsel door het stof en ze hoorde de muren
om zich heen kreunen. Toen dacht ze aan wat haar vader altijd had gezegd: als
het huis op instorten staat, ga ergens onder zitten. Ze kon nog maar net onder
het bureau duiken voordat het gebouw instortte en de betonnen vloerplaat van de
etage boven haar omlaag kwam. Het vier verdiepingen tellende gebouw zakte
binnen twee seconden als een kaartenhuis in elkaar...
De Batavier is fictie, ontstaan in een gewone huiskamer
in Nederland, waar ik in 2016, geschokt door de nieuwsberichten, probeerde te
beschrijven wat er gebeurde in Syrië. Fictie schrijven in een veilige omgeving
is echter in niets te vergelijken met het zelf meemaken van de rauwe
werkelijkheid.
For Sama
In de film van Waad al-Kateab zie je het effect van de
inslag van bommen vrijwel naast de deur, mensen die na een inslag ineen duiken als er een
stofwolk vol met rook en vonken het gebouw binnen slaat. Je ziet wat het met
haar doet, wanneer ze haar dochter moet geruststellen als de bommen vallen. De
emotie greep me bijna bij de keel.
Hamza, de man van Waad, werkte als arts in een
noodhospitaal in de puinhopen van Aleppo. Zijn vrouw heeft in huis en in het
hospitaal gefilmd tijdens bombardementen. Uiteindelijk weten Hamza, Waad en
dochter Sama in 2016 Aleppo te ontvluchten met honderden uren beeldmateriaal
over de belegering van Aleppo door het regime van Assad. De beelden uit de
trailer van de film laten de harde realiteit zien van wonen en werken in
oorlogsgebied.
For Sama is opgedragen aan Waad’s dochter Sama,
die als baby en peuter onderwerp is van de film. De film heeft al vele prijzen
gewonnen en zal in januari in Nederland in de bioscoop te zien zijn. Ik ga
kijken zodra ik kan.
Een trailer van de film is hier te vinden:
Abonneren op:
Posts (Atom)









