Drie meter zand
Mijn nog niet uitgegeven derde boek Drie
Meter Zand begint in 1811, in de nadagen van Napoleon, als Nederland is geannexeerd door
het Franse keizerrijk. De hoofdpersoon is een Hollandse militair in Franse
dienst - het leger van het voormalige ‘Koningrijk’ Holland is ingelijfd door de
Fransen. Om mij in te leven in de achtergrond van mijn hoofdpersoon, heb ik een
studie gemaakt van de geschiedenis van ons land tussen ruwweg 1780 en 1813. Een
bijzonder interessante en roerige tijd, die ons land ingrijpend heeft veranderd.
De revoltes in de 18e eeuw ontstonden niet,
zoals wij vaak denken, als een volksopstand, maar waren eerder een staatsgreep
door ontwikkelde mensen tegen de corruptie en het nepotisme van de toenmalige
heersers. Dat gold voor de Amerikaanse opstand van 1776, voor de daardoor
geïnspireerde Patriottische opstand in de Nederlanden van 1781-1787, en voor de
Franse revolutie van 1789-1792.
De patriottische opstand en de democratie
In de Nederlanden van de late 18e eeuw
bestond een decentraal bestuurssysteem van gewestelijke Staten en plaatselijke
vroedschappen. Daarin kon je alleen zitting nemen via ballotage: je hoorde
erbij of je hoorde er niet bij. De corruptie binnen dit regenteske systeem en
de monarchale trekjes van stadhouder Willem V, die aan het hoofd stond, leidden
tot onvrede bij het deel van de elite dat zich niet gehoord voelde - juristen,
artsen, wetenschappers, een deel van de adel en invloedrijke zakenlui.
 |
Patriottisch 'vrijcorps'
|
In 1781 publiceerde een van hen (baron Joan
Derk van de Capellen tot den Pol, vanwege zijn dwarsliggerij geroyeerd als
Statenlid voor Overijssel) een anoniem pamflet ‘Aan het volk van Nederland’,
waarin hij zijn grieven neerlegde en een oproep deed aan het volk om zich te
bewapenen. Hij was geïnspireerd door de Amerikaanse revolte van vijf jaar
eerder. Er ontstond een z.g. ‘Patriottische’ beweging, die zich organiseerde in
bewapende volksmilities. Willem V vluchtte naar Nijmegen, en de Patriotten
organiseerden ondermeer in Utrecht een democratische verkiezing van het
stadsbestuur.
Na het incident van Goejanverwellesluis in
1787 kwam Frederik van Pruisen met een legermacht om de Patriotten mores te
leren en zijn zwager Willem weer in Den Haag aan de macht te helpen (de Oranjerestauratie).
Pas in 1795 zou een Frans leger onder generaal Pichegru prins Willem
verdrijven. Daarmee kwamen ook vele naar Parijs gevluchte Patriotten terug. Het
resultaat was de oprichting van de Bataafse Republiek, naar het Franse model.
 |
Aanhouding van Wilhelmina van Pruisen in 1787
|
De democratie was echter van korte duur, want
in 1801 kregen we het Bataafse Gemenebest, geregeerd door het Staatsbewind, een
soort politburo van 12 ‘staatssecretarissen’. In 1805 ontstond
onder Franse druk de dictatuur van Rutger Schimmelpenninck, een stroman
van Napoleon. In 1806 werd Lodewijk Napoleon, de broer van de keizer, koning
van Holland. De Franse keizer Napoleon annexeerde ons in 1810 en na zijn val in
1813 kregen we Willem I, eerst als voorlopig staatshoofd en in 1815 als koning.
Deze regeerde eerder als een verlicht despoot dan een constitutioneel monarch.
Daarmee was het monarchisme dus weer helemaal
terug. Zoals mijn vader altijd zei: het ‘hondenvet’ komt bovendrijven, met
andere woorden: dezelfde slimmeriken grijpen altijd weer de macht. Pas bij de
grondwetherziening van Thorbecke (1848) zagen we iets ontstaan van het huidige
democratische staatsbestel.
Lessen uit het verleden
Ik zie terecht of ten onrechte (dat mag u
zelf bepalen) overeenkomsten tussen de roerige 18e eeuw en de bestuurscrisis
waarin dit land momenteel verkeert. Op 20 februari 2021 legde Marc Chavannes in De Correspondent en NRC Opinie & Debat genadeloos het disfunctioneren bloot
van ons openbaar bestuur, en misschien nog wel meer het disfunctioneren van het
parlementaire bestel tijdens het coronajaar.
We worden net als in 1780 bestuurd door een
‘leemlaag’ van beroepsbestuurders, die nu, naar de tijdgeest, proberen het land
te runnen als een bedrijf. Dit proces is al decennia gaande en uit zich door
politieke verstarring in meterdikke coalitieakkoorden, die van het dualisme in
de Kamer een aanfluiting maken. Als Kamerleden alleen mogen tekenen bij het
kruisje, stemmen zij niet zonder last, zoals de Grondwet (artikel 67.3)
voorschrijft. Ik noemde dat al in mijn vorige post van 2 januari j.l.
 |
| Thorbecke |
Deze problematiek is in de coronatijd alleen
maar uitvergroot. Er bestaat nog maar één waarheid, namelijk die van Mark Rutte
en de experts die hem adviseren. Het is treurig dat het gedachtegoed van de
liberaal Thorbecke door zijn erfgenaam Rutte zo wordt verkwanseld. En de Kamer
doet haar werk niet; ze verdiept zich onvoldoende in de materie, de oppositie is tandeloos en slechts bij hoge uitzondering
is een zaak zo sterk dat het kabinet valt, zoals de toeslagenaffaire, waarin Pieter Omtzigt (CDA) en Renske Leijten (SP) een jarenlange strijd voerden om de onderste steen boven te krijgen.
Verkiezingen in coronatijd
Het redactioneel commentaar in dezelfde
editie van NRC (20 februari) kopte met ‘Coronacrisis mag de stilstaande
(verkiezings)campagne niet verder saboteren’. De verkiezingsprogramma’s zijn
vrijwel onzichtbaar in de coronatunnel. Wat hebben we te kiezen, en waarvoor?
Om alweer onze hoop op verandering in een dichtgetimmerd regeerakkoord te zien
sneuvelen?
Is er nog wat te kiezen? (website Maurice de Hond)
Daarnaast is het ronduit verbijsterend dat
een kabinet, dat een heel volk vanwege het besmettingsgevaar maandenlang
onderwerpt aan vrijheidsbeperkende maatregelen zoals de avondklok, deze gretig
loslaat om via verkiezingen (17 maart) tot een nieuw mandaat van vier jaar te
komen. Ze denken blijkbaar het zo gevreesde virus met vakantie te sturen
tijdens de verkiezingen! Kennelijk hebben de Fransen dat beter begrepen: daar
worden de regionale verkiezingen uitgesteld tot juni.
We snakken naar verandering
Een geslaagde verbetering van het
staatsbestel kan alleen van binnenuit komen: in stand houden van alles wat
werkt en verbeteren van alles wat niet werkt. Dus geen revolte, maar een
zelfreinigend proces van (onvermijdelijk) lange adem. Net zoals de liberaal Thorbecke
van binnenuit het parlementaire bestel kon vormgeven en de socialist Troelstra
een eeuw geleden de stem werd van de niet gehoorde arbeidersklasse, is er nu
een herbezinning nodig op de toestand van het land. Het bestuur moet weer plaats
vinden via hoor en wederhoor, waarbij het debat van coalitie en oppositie in
het parlement leidt tot wetgeving en er niet feitelijk per decreet wordt
geregeerd zoals nu.
Misschien gloort er een sprankje hoop. Ook in de Kamer groeit het besef dat er verandering nodig is. Pieter Omtzigt spreekt over de noodzaak van een nieuw sociaal contract tussen burger en overheid. Ik hoop dat hij gehoor krijgt.
Vooralsnog vind ik dat we in maart 2021 helemaal
niet toe zijn aan verkiezingen. Waar gaan die over? Het enig mogelijke signaal
zou zijn om massaal niet te gaan stemmen en daarmee de opkomst zodanig klein te
maken, dat politiek Den Haag zich eens achter de oren gaat krabben. Of het gaat
gebeuren bij ons murw geslagen electoraat? Ik geloof er geen barst van.